3x Hard voor de zaak

(FUNCTIEMIX-tips 2010-09) 

Hoe zorg je ervoor dat invoering van de functiemix ook werkelijk die meerwaarde voor de school gaat bieden waar het voor bedoeld is? Het antwoord is makkelijk: gedegen opzetten en goed volhouden.  Helaas is de uitvoering beduidend moeilijker. Want hoe zorg je ervoor dat iedereen tevreden blijft, dat er geen wrijving binnen het team komt en dat je de juiste keuzes maakt?

Veel schoolleiders hebben last van liefdevol sudderend leiderschap. Ze zijn gegroeid in hun school, sterk verbonden met gebouw en team. Dat maakt het lastig om knopen door te hakken, om mensen echt te zeggen hoe je erover denkt. Dit kan namelijk relaties verstoren en verhoudingen veranderen. Gevolg: Je bent er voor de school, draait meer uren dan er in een week horen en zet je voor meer dan de volle 100% in. Maar echte resultaten boek je niet. Je komt als organisatie niet echt vooruit en vraagt je af hoe dat toch kan.

Als je werkelijk iets wil bereiken, je school toekomstproof wil laten zijn, is een zekere hardheid nodig. Niet onredelijk, niet onmenselijk, niet onaardig. Maar sommige dingen moet je nu eenmaal op zakelijke wijze regelen. Daar ben je schoolleider voor. Onderstaand 3x ‘hard voor de zaak’ om de functiemix goed in te voeren.

1) Creëer functies die de school nodig heeft, nu en in de toekomst. Geen functies omdat je vindt dat die ene collega dat verdient . “Ze werkt hier al zo lang en iedereen vindt haar een goede juf”, is geen basis voor een functiebouwwerk. Kies functies die er werkelijk toe doen, waar jullie behoefte aan hebben en die bij elkaar aansluiten. Maak naar het team hard waarom juist deze functies van belang zijn. Wees hier duidelijk in en neem er de tijd voor.

2) Kies bij sollicitaties op basis van gewenste kwaliteiten, niet op basis van persoonlijke voorkeur. Om dit te kunnen doen, moet je helder hebben wat de nieuwe functie inhoudt, welke verantwoordelijkheden en taken erbij horen. Spreek ook je verwachtingen uit. Als je dat doet, kun je duidelijk beargumenteren waarom die bepaalde leerkracht (nog) niet in aanmerking komt voor de functie. Bereid je voor op teleurstelling. Onredelijkheid kunnen ze je echter niet verwijten.

3) Stuur op tijd en consequent bij. LB is een functie op HBO+-niveau met een aantoonbare schoolgerichte toegevoegde waarde. Zeker ook omdat het een nieuwe functie is, is aandacht nodig. Dit gaat verder dan “Hoe gaat het?” – “Goed hoor.” Informeer naar de stand van zaken, de reeds bereikte resultaten en naar de functie op zich. Is bijstelling nodig? Is er behoefte aan nadere ondersteuning? Is het kennisniveau voldoende? Presteert de leerkracht op gewenst niveau? Laat het niet versloffen, denk niet dat ‘het vanzelf wel goed komt’.  Maak afspraken over nieuwe verwachtingen en hou die vast. Bij een HBO+-functie hoort zelfreflectie en doelgerichtheid. Maar het zou heel goed kunnen dat de gekozen leerkracht daar minder sterk in is, terwijl hij inhoudelijk prima voldoet. Iedereen zijn ontwikkelpunten, aan jou de taak daarin consequent bij te sturen.

Met hart voor de zaak, hard voor de zaak. Succes!

FUNCTIES SNEL EN GOED LATEN BESCHRIJVEN EN/OF WAARDEREN? GA NAAR http://www.functiemix-PO.nl

Eindspurt: uitgaan van het huidig leerkrachtenbestand.

(FUNCTIEMIX-tips 2010-06)

Oei, met ingang van augustus 2010 moet 6% van de leerkrachtformatie bestaan uit LB-functies. Het is kort dag voor de zomervakantie. Tijd voor een eindspurt.

De makkelijkste manier om op dit korte termijn te voldoen aan het gestelde percentage is om uit te gaan van het huidige leerkrachtenbestand.  Maar, de functies moeten toch persoonsonafhankelijk bepaald worden? Juist! Toch kan het huidige leerkrachtenbestand voor deze eerste stap een goed uitgangspunt zijn om in sneltreinvaart de functiemix op de rit te krijgen.

Wat moet je NIET doen?

Kies degene die het langst bij jullie werkt, het hardst werkt of om een andere vage reden je voorkeur heeft. Bouw om die persoon een functie.
Waarom NIET?

Nadelen van deze veel gebruikte methode zijn:

–       Het sluit niet aan bij de organisatierichting op langere termijn;
–       Bijbehorend takenpakket wordt ongericht en inconsistent;
–       Hoe houdbaar is de functie als de persoon in kwestie verhuist, langdurig ziek wordt of zomaar zijn functie neerlegt?

Wat kun je WEL doen?

Kijk of er een rekenspecialist, een taalcoördinator of een expert op een ander gebied is die ook als zodanig binnen de school functioneert. Dit kan een aanknopingspunt zijn. Beantwoord de volgende vragen om te bepalen of er mogelijkheden zijn voor de functiemix.

  1. Is het een leerkracht in de zin dat hij/zij meer dan 50% groepsverantwoordelijke taken heeft?
  2. Waarom is indertijd gekozen voor deze specialisatie, initiatief vanuit de school of vanuit de persoon?
  3. Wat is de toegevoegde waarde voor:
    1. de eigen klas;
    2. leerlingen uit andere klassen;
    3. collega-leerkrachten;
    4. beleidsontwikkeling binnen de school.
  4. Is deze toegevoegde waarde toekomstproof of tijdelijk?
  5. Wat is het opleidings/kennis niveau van deze leerkracht?

Het specialisme is in te zetten voor het creëren van een LB-functie bij minimaal de volgende antwoorden:

  1. Ja;
  2. Initiatief vanuit of passend bij de school;
  3. Substantiële bijdrage bij c en d;
  4. Toekomstproof;
  5. Meer dan standaard. Bij voorkeur direct aantoonbaar, anders daartoe uitbreidbaar.

Uiteraard moet de leerkracht in kwestie nog wel gevraagd worden op de functie te solliciteren. Maar met een goede informatievoorziening zal dat meestal geen probleem zijn.

LET OP: dit is niet de ideale situatie. De leerkrachtformatie bestaat bij het volbrengen van de functiemix bijna voor de  helft uit LB-leerkrachten. Wanneer je al deze functies op bovenstaande manier creëert, ontbreekt samenhang en ben je als school volledig afhankelijk van het personeel dat er op dit moment is. Dit is onwenselijk en onwerkbaar. De functiemix moet gebaseerd zijn op een gezamenlijke onderwijsvisie waar naar toe gewerkt wordt. Omdat het nu, zo vlak voor de zomervakantie, gaat om een eerste invoering van de functiemix met een relatief klein percentage kun je bovenstaande werkwijze gebruiken.

Wat als er geen functies te creëren zijn  op basis van het  huidige personeelsbestand? Dan kun je kijken of dit op bestuursniveau gecompenseerd wordt. Er zijn namelijk bestuursbrede streefcijfers en wellicht is er een collegaschool die reeds een groter LB-percentage heeft gerealiseerd.

In 2011 is er een tussenevaluatie van de functiemix. Lukt het je nu niet om aan de percentages te voldoen? Pak dan je kans om in het nieuwe schooljaar in volle vaart eraan te werken en zo je achterstand in te halen. In 2011 worden de gelden verrekend. Het is dus van het grootste belang om te zorgen dat je dan de zaken goed geregeld hebt.  Succes!

GA NAAR http://www.functiemix-PO.nl VOOR NADERE INFO OVER DE FUNCTIEMIX EN GRATIS FUNCTIEMIX-TIPS.

Voornemens

(webcolumn 2011-01)

Stel je voor: een gesprekje tussen ouder en leerkracht.
Ouder: “Ik merk dat mijn kind gepest wordt. Niet openlijk, maar zo’n beetje stiekem op het schoolplein.”
Leerkracht: “Ik ben voornemens daar iets aan te doen.”

Noodkreet van een leerkracht in de directeurskamer:
Leerkracht: “Ik trek het niet meer. Mijn klas lijkt alleen te bestaan uit dyslecten  en ADHD-ers. Aaarch…
Directeur: “Ik ben voornemens daar iets mee te doen.”

Het nieuwe jaar is al weer even op gang. Je wordt zo opgezogen door je dagelijkse werkzaamheden dat je bijna vergeten bent dat je recent kerstvakantie had. En hoe zit het met je goede voornemens? Had je die? Werk je daaraan? Of is dat in deze drie weken alweer vervaagd? Goede voornemens hebben vaak betrekking op de privésfeer. Of heb je ook werkgerelateerde voornemens, persoonlijk of misschien zelfs als team?

Zelf doe ik niet aan voornemens. “Ik ben voornemens dat te doen,” klinkt namelijk niet alsof het ook echt gaat gebeuren. Voor mij klinkt het alsof je zegt “Ik heb eraan gedacht en ik weet dat het eigenlijk belangrijk is, maar waarschijnlijk gaat het me niet lukken er werkelijk iets mee te doen.”

Niet echt daadkrachtig. De ouder uit het eerste voorbeeld en de leerkracht uit het tweede voorbeeld druipen teleurgesteld af of gaan volledig door het lint. Kortom: voornemens zetten geen zoden aan de dijk. Dat komt door het woord ‘eigenlijk’ in de bovenbeschreven interpretatie. ‘Eigenlijk belangrijk’ is net zo veel als ‘Blijkbaar belangrijk voor iemand anders, maar ik voel dat niet zo.’ Tja, en dan gaat het dus inderdaad niet lukken.

Even een opsomming van ‘eigenlijk belangrijke dingen’ die ik in de praktijk ben tegengekomen.

“Het is eigenlijk belangrijk dat we
– weten hoe ouders werkelijk over onze school denken;
– het binnen het team eens hebben over ‘wie we zijn’ en ‘wat we doen’;
– de uitstraling van onze school een beetje opfrissen;
– ons functiebouwwerk eens goed onder de loep nemen.”

“Ja, dat is eigenlijk wel belangrijk.” (Let ook op het woord ‘wel’.) Of vind je het wérkelijk belangrijk? Omdat je merkt dat het beter kan, omdat je leerlingenaantal terugloopt, omdat teamvergaderingen langzaamaan zijn verworden tot een verplichte zit zonder resultaat…..

‘Echt belangrijk’ heeft te maken met gevoel en behoefte aan actie. ‘Eigenlijk belangrijk’ duidt meer op algemene opinie, sociaal wenselijkheid gecombineerd met een vleugje desinteresse. Concreet zie je het terug in al die onderwerpen die vorig jaar al onaangeroerd op je takenlijst stonden en ook nu weer een plaatsje hebben gekregen op je opgeschoonde overzicht 2011. Check maar! Ze staan daar, je komt ze steeds weer tegen, maar toch pak je ze niet echt aan. Tijd om daar iets mee te doen! Breng in kaart wat het nut en de noodzaak is van deze taken. Waarom staan ze eigenlijk op je to-do-list? Zijn ze écht belangrijk? Waarom en voor wie? Als je dat in kaart hebt, kun je bepalen of je er mee aan het werk gaat of dat je het definitief naast je neer legt. Dat geeft ruimte voor zaken die er werkelijk toe doen.

Goed voornemen…