LA-LB, een helder verschil

(2012FMT-10)

Ook dit schooljaar zijn er weer leerkrachten begonnen als LB-er. Ik heb mijn oor op verschillende scholen te luisteren gelegd en de ervaringen zijn divers en soms ook zorgwekkend. Op een relatief eenvoudige vraag als  ‘Wat is het verschil tussen LA en LB?’ hebben de antwoorden (nog steeds) veelal te maken met opleiding, werkervaring en zichtbaarheid:

LB-ers zijn leerkrachten die
–          hier al het langste werken;
–          een opleiding hebben gedaan;
–          een streepje voor hebben bij de directeur;
–          het hardst roepen;
–          …

Weinig antwoorden gaan over de verwachtingen die LB-ers waar moeten maken; de meerwaarde voor collega’s en school (zie 2011FMT-12). Voor leerkrachten die vanuit bovenstaande antwoorden naar de functiemix kijken, is het vaak ook niet duidelijk waarom die functiemix er überhaupt is. Er is soms zelfs wrevel: “Ik doe toch ook goed mijn werk!”

De tip van vandaag is om het verschil tussen LA en LB (weer eens) te expliciteren. Een mooi instrument daarvoor is de functieomschrijving van leerkrachten. Iedereen heeft er een, weinigen zijn zich daarvan bewust. Voor wie het even niet meer paraat heeft, vat ik het in deze functiemix-tips kort samen (zie verder de gratis brochure bij inschrijving voor deze functiemix-tips).

Een onderwijsfunctie wordt beschreven op 14 kenmerken. Deze zijn verdeeld in 4 onderdelen:  werkzaamheden (5), kader, bevoegdheden & verantwoordelijkheid (5), kennis & vaardigheden (2) en contacten (2). Elk van de kenmerken wordt gescoord met een cijfer van 1 tot 5 waarbij de complexiteit oploopt. Een functie met overwegend 1-en is dus een eenvoudige functie zonder echte verantwoordelijkheden en zeggenschap. Functies met overwegend 5-en zijn zware beleidsbepalende functies met grote verantwoordelijkheden die verder gaan dan eigen school(bestuur).  Het rijtje van 14 cijfers bij elkaar, wordt het scoreprofiel genoemd.

Aan het scoreprofiel kun je zien wat er verwacht wordt binnen een functie.
Een LA-leerkracht heeft scoreprofiel: 33333 33333 33 33
Een LB-leerkracht heeft scoreprofiel: 43343 43333 43 33
(Het puntentotaal van het scoreprofiel bepaalt de salarisschaal.)

In het scoreprofiel is te zien dat de LB-functie op 4 kenmerken afwijkt van de LA-functie. Het gaat om kenmerk 1, 4, 6 en 11.

kenmerk 1, aard van de werkzaamheden
score 3: gangbare zaken en problemen, waarbij eigen interpretatie is vereist en oplossingen moeten worden aangedragen.
score 4: aard van de werkzaamheden: minder gangbare of nieuwe taken en problemen waarbij na analyse, oplossingen in samenhang en geïntegreerd worden ontwikkeld.

kenmerk 4, aanpak van de werkzaamheden
score 3: inspelen op  nog niet eerder voorgekomen situaties, waarbij uit bekende oplossingen moet worden gekozen.
score 4: inspelen op nog niet eerder voorgekomen situaties waarbij zelf alternatieve benaderingen moeten worden gezocht.

kenmerk 6, keuzevrijheid
score 3: vrijheid om – op basis van interpretatie van gegevens – consequenties van te kiezen oplossingen tegen elkaar af te wegen.
score 4: vrijheid om  – na analyse – benaderingen of alternatieven af te stemmen op gewijzigde of zich wijzigende omstandigheden.

kenmerk 11, kennis
score 3: algemeen theoretische, praktisch gerichte kennis en ervaring van het vakgebied (…)
score 4: brede of gespecialiseerde theoretische kennis van het vakgebied (…)

Het is nu een mooi moment om bovenstaande op te nemen in een teamvergadering. Het schooljaar is weer op dreef en we zitten nog niet in de decemberdrukte. Bovendien kun je, als je het nu bespreekt, daar nog bijna het hele schooljaar profijt van hebben. Zelf gebruik ik een Functiemix-Quizzz om deze wellicht ‘saaie materie’ op een interactieve manier te brengen. Voor menig leerkracht werkt het als een eye-opener.

Twee basisvragen die niet mogen ontbreken, geef ik je hierbij cadeau:

1)      Is een LB-leerkracht BETER dan een LA-leerkracht?
Nee, een LA-leerkracht is een leerkracht die met verstand van zaken en hart voor de leerlingen goed onderwijs geeft met alle facetten van dien. De wet BIO beschrijft hiervoor de benodigde kwaliteiten. Van een LB-leerkracht wordt dit ook verwacht. Daarnaast heeft hij inhoudelijke organisatiebrede taken en verantwoordelijkheden die ten goede komen aan de hele school.

2)      Doet een LB-leerkracht MEER dan een LA-leerkracht?
Nee, een LB-leerkracht doet anders. Om ervoor te zorgen dat een LB-leerkracht ook zijn/haar werk binnen de daarvoor beschikbare tijd kan doen, is het aan het management om te bepalen welke taken werkelijk van belang zijn voor de kwaliteit van jullie onderwijs. Er zullen serieuze keuzes gemaakt moeten worden op basis van jullie onderwijsvisie.

Het formele verschil tussen een LA- en LB-leerkracht voor alle betrokkenen helder krijgen, is een voorwaardelijke activiteit. Een gesprek over de specifieke invulling voor de school en waar je het verschil tussen LA en LB concreet kunt zien, is een vervolgstap die niet mag ontbreken. In de volgende functiemix-tips daarover meer ideeën.  Succes!

Drs. J. (Joke) Kiewiet-Kester

Onderwijsspecialist Kwaliteit & Personeel
Gecertificeerd functiewaardeerder voor onderwijs- en overheidsfuncties.

contact@functiemix-PO.nl
www.functiemix-PO.nl

Advertenties

Gelegenheid=duidelijkheid+tijd

(2012FMT-04)

Eerder schreef ik dat voor een goed uitvoering van een LB-functie binnen de functiemix bekwaamheid en gelegenheid nodig is. Bekwaamheid, de persoonlijke factor, heb ik besproken in de functiemix-tips van februari. Gelegenheid, de organisatorische factor, krijgt nu een plek vanuit het idee dat gelegenheid een optelsom is van duidelijkheid en tijd. 

MAAK EEN TAAKOMSCHRIJVING

Wat moet de LB-er concreet doen? En de nadruk ligt daarbij op concreet. Concreet is niet hetzelfde als gedetailleerd, er is ruimte voor eigen invulling. Wel worden de verwachtingen specifiek beschreven. Denk aan de S van SMART bij doelen stellen (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden).  Het gaat in de taakomschrijving eigenlijk om de indicatoren waarmee je de gewenste competenties meetbaar (sMart) maakt. Je verbindt de gewenste competenties van de LB-er aan de onderwijsdoelen. Zo leg je een brug tussen de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht en de organisatieontwikkeling van de school.

Hoe de taakomschrijving er uitziet, is dus sterk afhankelijk van het expertisegebied van de LB-leerkracht en de context waarin gewerkt moet worden. Laten we eens kijken naar een taalcoördinator op een school waar de aansluiting tussen groep 2 en 3 een aandachtspunt is. Een taakomschrijving zou er zo uit kunnen zien:

De taalcoördinator

  • houdt relevante literatuur bij over voorbereidend lezen, aanvankelijk lezen en daaraan gerelateerde informatie over mogelijke werkvormen, doorgaande lijn en registratiemogelijkheden;
  • is beschikbaar voor collega’s voor vragen over leesonderwijs en begeleidt collega’s in het zoeken naar antwoorden;
  • organiseert en neemt leiding bij bijeenkomsten over een doorgaande leeslijn groep 1 tm 4 met de onderbouwleerkrachten, waarin

            – informatie wordt gedeeld en besproken;

           – de mogelijkheden voor de eigen school en klas worden verkend;

            – afspraken worden gemaakt om werkvormen en registratiemogelijkheden
              kleinschalig te proberen en de ervaringen terug te koppelen;

            – aan de hand van de informatie en ervaringen een uitgewerkt voorstel wordt
              gedaan voor de werkwijze in het nieuwe schooljaar.

  • rapporteert maandelijks over de vorderingen van de werkgroep aan het management en informeert overige collega’s op regelmatige basis tijdens een teamvergadering.

Het opstellen van een taakbeschrijving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van management en LB-er. Input van collega’s is hierbij zeer welkom. Het moet acceptabel (smArt) zijn voor alle betrokkenen.

De oplettende lezer met onderzoekservaring ziet in bovenstaand voorbeeld de grove lijnen van een onderzoeksopzet. Dat is niet toevallig. Eén van de kenmerken van de werkwijze van een LB-leerkracht is dat deze systematisch en transparant te werk gaat. Door de werkzaamheden te bekijken met een onderzoeksmatige blik, kan dat gewaarborgd worden.

MAAK EEN TIJDSINDICATIE

Als het takenpakket helder op tafel ligt, is de volgende vraag: Hoeveel tijd is hiervoor nodig? Hoeveel tijd kost de voorbereiding, uitvoering en rapportage? En wanneer moet wat af (tijdgebonden, smarT)? Als je de tijdsindicatie opneemt in de normjaartaak,  is meteen ook duidelijk of het qua tijdsinvestering een reële (smarRt) verwachting is dat de LB-er erin zal slagen om zijn taken uit te voeren.

Even over die normjaartaak. Een fulltime leerkracht werkt 1659 uur verdeeld over 40 werkweken, waarvan 930 uur lesuren, deeltijd naar ratio. Tenminste, dat is – het woord zegt het al – de norm. Dit betekent dat er nog 729 uur beschikbaar is om aan andere taken te besteden: 563 uur voor schooltaken en 166 uur voor deskundigheidsbevordering. Omgerekend per week staat een fulltime leerkracht dus gemiddeld 23 uur en een kwartier voor de klas. Er is dan zo’n 14 uur voor andere taken (klasgebonden en schoolgericht) en nog eens ruim 4 uur voor deskundigheidsbevordering. Per week!

Een LB-leerkracht voor de functiemix moet minimaal 50% lesgevende taken hebben. Het gaat dan om 50% van de 930 contacturen. Maar het is natuurlijk onmogelijk om iedere LB-er (straks bijna het halve team!) voor de helft vrij te roosteren. Het is ook zeer de vraag of dat nodig is. Bij een goede taakverdeling binnen de school, passen veel LB-taken gewoon binnen de regulier daarvoor beschikbare uren. Als je er een dagdeel per week voor gaat zitten, kun je bijvoorbeeld heel wat vakliteratuur tot je nemen.

Terzijde: Waarschijnlijk gebruiken niet alle leerkrachten de beschikbare tijd (efficiënt). Gevoelde werkdruk kan inzichtelijk gemaakt worden door (tijdelijk) een urenregistratie bij te houden. Niet als controlemiddel, maar voor diagnose. Waaraan wordt veel tijd besteed? En is dat nodig? Doen we het goede? En doen we dat efficiënt?

… EN MAAK ER GEEN GEHEIM VAN

Ik ben sterk voorstander van transparantie in een organisatie. Ook wat betreft taken en beschikbare uren. Geen gefrunnik in de marge, maar voor iedereen inzichtelijk wie wat doet en met welk doel. Alleen dan kun je het bespreekbaar maken, kun je het jaarlijks evalueren en zonodig bijstellen, kun je medewerking verwachten en er met de hele school optimaal van profiteren. Succes!

Professionaliseren met korting, wat houdt je tegen?

De DIJK zingt: Later is nu

 
Waar wil je op wachten? Tot je wat zeker weet?
Alsof dat bestaat en zekerheid geeft
Is niet elke seconde een mogelijk uur U?
Waarom nog wachten? Waarom niet nu?
 
Wat houdt je tegen? Wat maakt je bang?
Dat wikken en wegen, je blijft aan de gang
Je aarzelt nog even en wat heb je dan?
Dan is alles weer anders en het komt er niet van. Later bestaat niet
Je weet hoe dat gaat
Later, dat gaat niet
Later is te laat   Dus doe hoe je zelf wilt en neem je besluit
Denk je het te weten kom ervoor uit
Laat ze niet raden naar wat je bedoelt
Laat ze het weten: hoe jij het voelt Later bestaat niet
Je weet hoe dat gaat
Later, dat gaat niet
Later is te laat   Is niet elke seconde
Een mogelijk uur U?
Later bestaat niet
Later is nu

 
De Dijk verwoordt het prachtig in het lied Later is Nu: Waar wil je op wachten, tot je wat zeker weet?
Als toetje na de feestmaand januari (ik ben 40 geworden en mijn bedrijf bestaat 5 jaar) , krijg je 10% korting als je via onderstaande zinnen een mail stuurt.
 
Neem contact op om jullie school een boost te geven. Zeker in onzekere tijden is dat de moeite meer dan waard.

Als ik je een mail stuur, zit ik er dan meteen aan vast?
– Nee,  natuurlijk niet. Er wordt contact met je opgenomen en vervolgens bekijken we of en hoe we samen verder gaan.

 Mail dus bijvoorbeeld:
of
of
of
of
of
of
 
Dus: Waarom nog wachten? Waarom niet nu?
Neem contact op via bovenstaande voorbeeldzinnen en professionaliseer met korting!
  

Geïntegreerd geheel: 5x aanhaken bij bestaande documenten

(FUNCTIEMIX-tips 2011-11)

De invoering van de functiemix in het basisonderwijs vordert gestaag. Landelijke cijfers zijn daarover beschikbaar gesteld. Achter die cijfers zit op schoolniveau toch nog wel wat onduidelijkheid, onvrede en onwelwillendheid.In gesprek met leerkrachten probeer ik in korte tijd de vinger op de zere plek te leggen. Veelal komt het erop neer dat teamleden weerstand voelen. Niet eens zozeer tegen ‘het hele LA/LB-verhaal’ maar eigenlijk voornamelijk tegen het feit dat er weer iets nieuws opgedrongen wordt. “En daar houden we niet van.”

Maar is het wel zoveel nieuws? In de FUNCTIEMIX-tips van vandaag: de verbinding met ‘oude documenten’. Immers, de functiemix is niet ‘uit de lucht komen vallen’. Niet ‘iets nieuws dat opgedrongen wordt’, maar bijna een logisch gevolg van de voortdurende wens tot verhoging van onderwijskwaliteit. Vandaag zet ik de functiemix in dat perspectief.

1. aanhaken bij DE MISSIE & VISIE

Veel scholen hebben geïnvesteerd in het verwoorden van de missie en visie van de school. Hieraan zijn verschillende teamvergaderingen besteed en er is veel schrijfwerk gedaan. Het resultaat: een mooi document, wellicht full-color gedrukt, pakkende slogan op de voorkant. En dan? De functiemix is een goede reden om het document erbij te halen en, indien nodig, af te stoffen. Immers in dit document staat beschreven wat de school voor ogen heeft, waar het zich sterk voor maakt en welke profilering eventueel gekozen is. Het geeft een leidraad voor de te creëren functieruimte.

2. aanhaken bij HET SCHOOLPLAN

In het schoolplan dat iedere school dient te hebben, is in kaart gebracht hoe de huidige situatie is en welke veranderingen/ontwikkelingen er beoogd zijn. Naast de  missie en visie geeft dit document heel helder aan wat de ontwikkel- en speerpunten zijn van de school. Op deze gebieden is de komende jaren extra input nodig. Werk aan de winkel voor LB-leerkrachten?!

3. aanhaken bij DE FUNCTIEBESCHRIJVING

Hoeveel van jullie leerkrachten kent de eigen functieomschrijving? Als ik het op scholen vraag is het percentage steevast laag. Toch is de functiebeschrijving de leidraad voor de verwachtingen over en verantwoordelijkheden van de leerkracht. Een leidraad ook voor functionerings- en beoordelingsgesprekken. Tip: ga met het team eens op zoek naar de verschillen in beschrijving tussen de LA- en LB-leerkracht. Dat maakt een hoop duidelijk!

4. aanhaken bij DE WET BIO

Ja, en dan natuurlijk de 7 bekwaamheden van de leerkracht uit de wet BIO. Competenties die een minimumniveau van kwaliteit garanderen. Er wordt wel eens gezegd dat een ‘gewone leerkracht’ (LA) geen goede leerkracht is. “Anders zou hij wel LB worden.” Met de wet BIO kun je dat keihard tegenspreken. Iedere leerkracht een professional. Juist óók de LA-leerkracht.

5. aanhaken bij  HET PERSOONLIJK ONTWIKKELPLAN

Tot slot het persoonlijk ontwikkelplan. Ook die kan uit de kast! Vol enthousiasme (nou ja…) zijn we enkele jaren geleden begonnen met het schrijven van persoonlijke ontwikkelplannen, de zogenaamde POP’s.  Soms wordt er gekozen voor een andere lettercombinatie, maar de intentie blijft hetzelfde. Een goed streven, maar bij weinig scholen komt het echt van de grond. En dat is zonde omdat het een mooie gelegenheid biedt om ontwikkelwensen van de leerkracht te combineren met de ontwikkelmogelijkheden binnen de school. Als leerkracht kun je bijvoorbeeld heel inzichtelijk maken hoe je wilt doorgroeien naar een LB-functie.

 

Door expliciet aan te haken bij bestaande documenten en regelingen, maak je bij het team inzichtelijk hoe de functiemix volgt uit het streven om werken in het onderwijs (nog) leuker en beter te maken. Dit is voor velen een eyeopener en biedt handvatten voor een goed inhoudelijk gesprek hierover. Succes!

Waardevolle beoordeling

(FUNCTIEMIX-tips 2011-06)

 “Promoties van leraren moeten eerlijker”, kopte CNV Onderwijs afgelopen maand. “Slechts één op de vijf leraren zegt volmondig ‘ ja’ op de vraag of sollicitatieronden naar hoger betaalde leraarfuncties in het primair en voorgezet onderwijs eerlijk verlopen”, aldus het persbericht.

Beoordeling van onderwijspersoneel neemt een steeds belangrijkere plaats in binnen scholen. Niet alleen bij de promotie van leerkrachten naar een LB- of LC-schaal. Ook opbrengstgericht werken vraagt erom, prestatiebeloning (gelukkig voorlopig van de baan) is er direct aan gekoppeld en de veelal ingevoerde gesprekscyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken is erop gebaseerd. Laten we het er dus even over hebben.

Beoordelen is meten en daar conclusies aan verbinden. Een goed uitgevoerde beoordeling wil zeggen dat de meetgegevens juist zijn (valide en betrouwbaar) en de conclusies ook werkelijk gebaseerd zijn op die meetgegevens. Een waardevolle beoordeling gaat nog een stap verder. Het is een goed uitgevoerde beoordeling waar je iets aan hebt. Niet: ‘fijn om te weten en nu weer over tot de orde van de dag’. Maar een eerlijke constatering van de huidige stand van zaken als basis voor bijvoorbeeld evaluatie, procesverbetering, promotie of persoonlijke ontwikkeling.

Hoe zorg je voor een waardevolle beoordeling?

Beoordeel alleen dat wat echt nodig is, een meerwaarde levert. Als je vooraf bepaalt waarover je een oordeel nodig hebt, wat het je gaat opleveren en waarvoor je dat gaat gebruiken, kun je je tot deze beoordelingen beperken. Het levert gerichte bruikbare informatie en voorkomt beoordelingsmoeheid. Kwaliteit boven kwantiteit.

  1. Maak van de beoordeling geen momentopname. Naast een beoordelingsgesprek kun je gebruik laten maken van instrumenten als een portfolio waarin bijvoorbeeld 360° feedback wordt opgenomen. Ook kun je klassenbezoek opnemen in je instrumentarium. Op deze  manier zorg je voor inzicht over een langer termijn en vanuit verschillende blikvelden. Dit verrijkt en ijkt je informatie en heet in onderzoeksland datatriangulatie.
  2. Wees duidelijk over je rol als beoordelaar. Deze is aanzienlijk anders dan die van begeleider, schoolleider of collega. Het is raadzaam je beoordelaarsrol ook werkelijk te benoemen.
  3. Stel vooraf heldere criteria en beperk je daartoe. Op deze manier weet de beoordeelde waar op gelet wordt. Het geeft een leidraad en richting. Je kan er ook mee voorkomen dat de beoordeling wordt ervaren als een persoonlijke aanval. Door vooraf heldere criteria te stellen en deze kritisch te (laten) beschouwen, werk je aan de validiteit van je beoordeling: je zorgt ervoor dat je meet wat je wilt meten.
  4. Wees je bewust van eigen houding en ideeën. Je kunt onmogelijk helemaal objectief zijn. Immers, je bent wie je bent en vaak is er sprake van een werkrelatie tussen beoordelaar en beoordeelde. Als je je dat realiseert, kun je dat vervolgens zoveel mogelijk proberen te neutraliseren. Dat komt de betrouwbaarheid ten goede. Bedenk dat de manier waarop je een vraag stelt al van grote invloed kan zijn op het antwoord dat je krijgt. Zo ook je houding tijdens een gesprek of klassenobservatie.
  5. Beoordeel met twee personen. Twee weten meer dan één, maar twee zien en horen vooral ook meer dan één. De combinatie van vragen stellen, luisteren en aantekeningen maken is voor één persoon eigenlijk een beetje te veel gevraagd. Meer dan twee beoordelaars kan als bedreigend ervaren worden door de beoordeelde.
  6. Kies, als het echt van belang is, voor een externe assessor. Een (gecertificeerd) assessor is een werkelijk onafhankelijke beoordelaar die methodieken beheerst om zo objectief mogelijk tot een beoordeling te komen. Door deze persoon in te schakelen voorkom je (de schijn van) vooringenomenheid en geef je je beoordeling meer waarde.

 Ik wens je een waardevolle beoordeling!

ZIJN DE GENOEMDE TERMEN IN DEZE FUNCTIEMIX-TIPS ABAKADABRA VOOR JE MAAR LIJKT HET JE WEL BELANGRIJK? http://www.functiemix-PO.nl

Bespaar geld, maak het de functiewaardeerder gemakkelijk

(FUNCTIEMIX-tips 2011-02)

 Je functiebouwwerk en het formuleren van nieuwe leerkrachtfuncties is fundamenteel voor je organisatie. Als je dat goed wilt doen, kan het behoorlijk wat tijd en geld kosten. Daar wil je natuurlijk zo zuinig mogelijk mee omgaan. Belangrijkste punt daarbij is dat je weet wat je zelf kan en wat je beter kunt uitbesteden.

 Bij een gratis abonnement op deze functiemix-tips (http://www.functiemix-PO.nl ) krijgt je de DOE-HET-ZELF-brochure voor het beschrijven van (nieuwe) functies. Deze helpt je aardig op weg. De functiemix-tips van vandaag zijn een aanvulling daarop. Je krijgt vandaag 3 tips  om ervoor te zorgen dat de gecertificeerde functiemixspecialist jouw zelfbeschreven functies eenvoudig kan waarderen. Dit scheelt tijd en dus geld.

 Tip 1
Gebruik het format voor functiebeschrijvingen. Dit format is opgenomen als bijlage bij de DOE-HET-ZELF-brochure. Het volgt de 14 kenmerken waarop een functie gewaardeerd wordt. Door deze kenmerken in de juiste volgorde in de beschrijving aan te bieden, bespaar je de functiewaardeerder een zoektocht naar de verschillende aspecten.

 Tip 2
Kies voor eenduidigheid in het gebruik van woorden en zinnen. Een tekst leest vaak lekkerder als je werkt met synoniemen en als je ervoor zorgt dat er niet te veel herhalingen in voor komen. Voor een functiebeschrijving is dat echter funest. Wanneer je voor eenzelfde functie, verantwoordelijkheid of taak steeds andere woorden gebruikt, schaadt dat de inzichtelijkheid en dus de waardeerbaarheid.

Tip 3
Zet je functiebouwwerk in een overzichtelijk schema. Door functies te sorteren op werkterrein en zo mogelijk ook op salarisschaal, krijg je een schema dat aangeeft waar in de organisatie een bepaalde functie bedoeld is. Dit kun je dan gebruiken voor het beschrijven van de context van de functies. Het geeft de waardeerder de nodige achtergrondinformatie die het waarderen van de functie vergemakkelijkt. Voor jezelf kan zo’n schema aanleiding zijn om te bepalen of alle taken die er binnen de organisatie zijn, (op de juiste plek) zijn ondergebracht.

Tot slot nog even dit:
Wanneer je op eigen houtje gaat ‘klussen’ zonder een gedegen kennisbasis, heb je de kans dat jouw werk later door een expert verbeterd of opnieuw gedaan moet worden. Dat is frustrerend en zonde van jouw tijd. Daarbij kost het voor de functiemixspecialist vaak meer inspanning (lees: uren, dus kosten) om dingen te herstellen dan wanneer de specialist er in een vroegtijdig stadium bij betrokken is.  Schakel dus op tijd de functiemixspecialist in, al is het alleen maar om vroegtijdig af te spreken wat je zelf kan doen en hoe je dat kunt aanpakken.

BEHOEFTE AAN EEN GECERTIFICEERDE FUNCTIEWAARDEERDER, GESPECIALISEERD IN BASISONDERWIJS? Ga naar http://www.functiemix-PO.nl

5 misverstanden rond de functiemix – en hoe het wel zit.

(FUNCTIEMIX-tips 2010-11) 

In gesprek met schoolleiders en leerkrachten blijkt dat er nogal wat misverstanden leven rond de functiemix. Logisch, want het is nieuw en ingrijpend. In deze functiemix-tips wordt je geïnformeerd over de ware toedracht achter 5 misverstanden.

1)     DE FUNCTIEMIX IS EEN VERPLICHTING

Voor veel scholen voelt de functiemix als een verplichting die van bovenaf is opgelegd. In werkelijkheid gaat het hier om een afspraak tussen alle betrokken partijen. Overkoepelende organisaties hebben – als afgevaardigde van de scholen – bekeken hoe de kwaliteit van onderwijs verhoogt kan worden. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat investeren in leerkrachtfuncties hiervoor goede mogelijkheden kan bieden. Op grond hiervan zijn afspraken gemaakt over aantallen en financiële ondersteuning. Mocht in 2011 blijken dat jullie school(bestuur) zich niet aan de afspraak heeft kunnen of willen houden, dan wordt er een financiële herberekening gemaakt. Niet als straf, maar op basis van een reële boekhoudkundige conclusie.

2)     LB IS EEN FUNCTIE

LB is geen functie, maar een niveau. Hoewel het vaak gezegd wordt, kun je leerkrachten dus niet laten solliciteren naar LB. Dat is een inhoudsloze actie. Het LB-niveau van een functie geeft aan waar leerkrachten binnen deze functie aan moeten voldoen. Het bepalende verschil met het LA-niveau ligt in de verantwoordelijkheden die de betreffende LB-leerkracht heeft op beleidsmatig en schoolbreed niveau. Dit zegt op zich dus nog niets over het beleidsterrein en het gewenste expertisegebied waar een functie op gericht is. Wanneer je kijkt naar de voorbeeldfunctie LB (een beschrijving van een functie op LB-niveau) zie je dat ook terug. 

Tip: Neem in de voorbeeldbeschrijving LB op wat de functie inhoudelijk toevoegt aan de schoolorganisatie. Dat is ook een goede leidraad bij functionerings- en beoordelingsgesprekken.

3)     IB-ERS KOMEN NIET IN AANMERKING VOOR EEN FUNCTIE OP LB-NIVEAU

De functiemix is in het leven geroepen om de kwaliteit van leerkrachten te verhogen. De definitie van een leerkracht bevat de eis dat hij/zij minstens 50% groepsverantwoordelijke taken heeft. Veel IB-ers hebben zich volledig gespecialiseerd en zijn in hun functie dan ook geen leerkracht meer. Niets houdt je tegen om een IB-functie op LB-niveau te beschrijven. Voor de procentuele afspraken rond de functiemix telt dit echter niet mee. IB-ers die wel minimaal de helft van hun tijd besteden aan leerkrachttaken kunnen wel worden opgenomen in de functiemix.

Tip: Verdeel de IB –taken over twee leerkrachten met een zorgspecialisatie op LB-niveau. Dit telt voor de functiemix, er is ruimere expertise en een automatische back-up aanwezig.

4)     ALLEEN OPLEIDINGEN MET EEN LERARENBEURS VOLDOEN VOOR HBO+-NIVEAU

Eén van de eisen voor een hogere leerkrachtfunctie is het functioneren op HBO+-niveau. Dat lijkt een harde eis, maar is in werkelijkheid moeilijk definieerbaar en nog moeilijker aantoonbaar. Dit heeft tot gevolg dat een groot aantal schoolleiders gaat voor zekerheid: alleen opleidingen met een lerarenbeurs gelden voor HBO+-niveau. Hiermee doe je echter een deel van je personeel te kort. Natuurlijk voldoen genoemde opleidingen als ze als zodanig geaccrediteerd zijn, maar er zijn meer mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan leerkrachten die zich de afgelopen jaren door middel van cursussen en zelfstudie hebben geschoold in een bepaald specialisme. Ook zij kunnen de kennis, houding en vaardigheden hebben die bij het gewenste niveau horen. Moeilijker meetbaar, maar minstens zo waardevol.

Tip: Laat leerkrachten die in aanmerking willen komen voor een functie op LB-niveau zelf beschrijven waarom zij denken te beschikken over vereist niveau en hoe zij denken bij te dragen aan de ontwikkeling van de school.

5)     FUNCTIEBESCHRIJVINGEN KUNNEN NIET NAAR EIGEN INZICHT GEWIJZIGD WORDEN

Er zijn diverse voorbeeldfuncties als leidraad voor het functieboek. Vaak worden ze één op één overgenomen omdat gedacht wordt dat dat moet of omdat het anders een ‘te dure grap’ wordt. Een eigenschap van de voorbeeldfuncties is echter dat ze zo algemeen zijn dat ze overal passen, maar eigenlijk inhoudelijk ook net niets zeggen. Om de functiebeschrijvingen van waarde te laten zijn voor de organisatie is aanpassing gewenst. Aanpassing  hoeft trouwens geen gevolgen te hebben voor de waardering. Je kunt een expertisegebied in de beschrijving toevoegen zonder het verantwoordingsniveau te veranderen. Dan is waardering niet altijd nodig of het is zo eenvoudig dat de kosten laag blijven.

Tip: Laat aangepaste functiebeschrijvingen altijd checken door een FUWA-expert. Soms leidt een verandering van een klein woord tot een onverwacht veranderd scorepatroon.

 

ZEKER WETEN DAT EEN HERSCHREVEN FUNCTIE VOLDOET AAN HET SCOREPATROON? http://www.Functiemix-PO.nl