Meetbaarheid

 (webcolumn 2011-12)

Hoe voel je je? – Nou, 5,3
Vind je dat je je voldoende kunt ontwikkelen? 7,1
Hoe ervaar je de werkdruk? 4,8

Er is iets engs aan de hand: De veronderstelling dat alles meetbaar is met cijfers. Ik heb al eerder aangegeven dat ik niets tegen opbrengstgericht onderwijs heb (webcolumn 2011-05). In tegendeel: als je geen opbrengst wil, hoeven kinderen ook niet naar school.

Waar het om gaat is wélke opbrengst je wilt. Gaat het je om cijfers of gaat het om meer? En wat zeggen die cijfers? Mijn dochter had op een gegeven moment op haar rapport (echt waar, groep 3!) een 7- voor gym. Wat zegt mij dat als ouder? Deed ze bokspringen 8, voetballen 6 en ringzwaaien 6½ ? Zo ook een 8+ voor muziek. Conclusie: ze kan beter muziek maken dan gymmen?!

Natuurlijk heb ik dat toen aan de juf gevraagd. “Nee,” was het antwoord. “Maar ze doet met muziek zo leuk mee.” Oké, leuk meedoen met muziek is dus een 8+ waard. En bij gym doet ze dat dus niet? “Jawel,” zei de juf, “maar die cijfers worden gegeven door de gymjuf.” Uhu, en dus? Hoe dan?

……. Een moeizame stilte was hoorbaar vanachter het bureau. (Ik weet het zeker, deze leerkracht vond mij een lastige ouder, maar dat terzijde.)

Wat mij bijzonder verontrust is dat die cijfers als afrekenmiddel gelden. Vorige week las ik in de krant met betrekking tot VO-scholen: “In 2015 moeten de examencijfers voor Nederlands, Engels en Wiskunde met tweetiende punt omhoog, net als het gemiddelde cijfer voor de beste VWO-ers” (Volkskrant 16-12-2011, p. 9).

Voor PO gaat het met al die toetsverplichtingen dezelfde kant op. Maar wat zegt dat over het inhoudelijke onderwijs? Over de vaardigheden die kinderen meekrijgen opdat ze zich later in de grote-mensen-wereld staande kunnen houden? Sterker nog, om te leven vanuit een sterke basis voor zichzelf en in relatie tot anderen? Helemaal niets!

Is dat wat we willen voor de huidige generatie? Denk aan de mensen in de bankenwereld en het topbestuurswezen, verantwoordelijk voor de huidige crises en ondertussen min of meer op dezelfde voet verder gaand. (Zelfde krant: “bonussen op topniveau weer groeiend.”) Deze mensen kunnen heel goed rekenen. Haalden wellicht het gemiddelde cijfer van de beste VWO-ers lekker omhoog. Maar het is toch overduidelijk dat er ergens in hun ontwikkelproces hiaten zitten. Daar wil je vanuit het onderwijs toch niet aan meewerken?

Meetbaarheid is mooi: Je kunt laten zien welke resultaten je wilt en of je dat hebt gehaald. Maar bedenk wel wát je wil meten en (moeilijk!) welke cijfers daartoe inzicht geven. Vervolgens zorg je – in tegenstelling tot het beschreven praktijkvoorbeeld – voor een eenduidige meting. Op basis van die gegevens kun je dan conclusies trekken voor de toekomst.

Dit cijferverhaal geldt trouwens niet alleen op leerlingniveau. Het is een grote uitdaging om kwaliteit en ontwikkeling van personeel  meetbaar te maken. Zeker als dat idiote idee van prestatiebeloning doorgang vindt, wordt dat van groot belang. (zie ook webcolumn 2011-03). De basisvraag is: Met welke cijfers kunnen we de kwaliteit van leerkrachten in kaart brengen? Trap niet in de valkuil om dat direct af te leiden aan de cijferlijst van de leerlingen!

Citeertitel: Kiewiet-Kester, J. (2011). Meetbaarheid, webcolumn 2011/12. Internet: www.LERENenORGANISEREN.nl/webcolumn.htm

Miscommunicatie?!

(Webcolumn 2011/11 )

Heb je toevallig de sbo-publicatie over formele gesprekken in het onderwijs gelezen? Er wordt verband gezocht naar het voeren van formele gesprekken en de huidige onderwijsontwikkelingen. Immers, zo veronderstelden de onderzoekers, er is zoveel aandacht voor professionalisering in het onderwijs. Dat móet haast wel van invloed zijn op het aantal en soort functionerings- en beoordelingsgesprekken dat gevoerd wordt. Dit verband kan in het onderzoek echter niet bewezen worden. Of dat komt door de onderzoeksopzet of doordat er geen verband is, laat ik even in het midden. Er viel me namelijk iets anders op.

Op meerdere plaatsen in het document kun je lezen dat er een interpretatieverschil is tussen schoolleiders en werknemers. Enkele quotes:

“schoolleiders vinden bij alle instrumenten dat deze vaker worden ingezet dan werknemers.”

“schoolleiders vinden veel vaker dan werknemers dat er concrete afspraken over de verschillende onderwerpen zijn gemaakt.”

“opvallend verschil is dat schoolleiders vaker dan werknemers vinden dat werknemers zich niet meer verder willen ontwikkelen, terwijl werknemers vaker vinden dat ze zich niet verder kunnen ontwikkelen.”

En dat zet me aan het denken. Bijvoorbeeld het eerste citaat. Met instrumenten worden formele gesprekken bedoeld, gericht op ontwikkeling of beoordeling van personeel. Denk aan pop-, functionerings- en beoordelingsgesprekken. Die vinden plaats op een bepaald moment. Of niet. Maar wat zegt het als schoolleiders in onderzoek aangeven dat ze wel gebruikt worden en medewerkers zien dat gebruik minder? Ik zie twee mogelijkheden: 1) de schoolleider geeft een sociaal wenselijk antwoord. Hij weet dat zulke gesprekken eigenlijk verwacht worden en zegt dus dat ze gevoerd worden. Niet chique, maar het is een mogelijkheid. 2) schoolleiders vinden wérkelijk dat formele gesprekken gevoerd worden terwijl medewerkers dat niet zo ervaren.

Is er sprake van miscommunicatie? Bij de tweede mogelijkheid ga ik ervan uit dat er in ieder geval gesprekken zijn tussen schoolleiders en medewerkers. Het verschil tussen formeel en informeel is dan de vraag. En als je nu denkt “wat maakt dat nou uit, het gaat toch om het resultaat”, lees dan nog eens het tweede citaat. Natuurlijk kunnen gesprekken tussendoor minstens evenveel waarde hebben als geplande formele gesprekken. Maar de status is anders. Blijkbaar heeft het ook gevolgen voor de afspraken die gemaakt worden?

Als afspraken niet duidelijk zijn, kun je kwaliteit van onderwijs niet garanderen, laat staan verbeteren. Immers, (verbetering van) onderwijskwaliteit is een gezamenlijk proces waarbij je toevalligheden uitsluit. Heldere afspraken zijn daarbij van essentieel belang. Dit betekent niet dat alles zonder speelruimte moet worden dichtgetimmerd. Het betekent wel, dat wát je afspreekt ook nagekomen moet en kán worden. En daarvoor dienen afspraken dus minstens duidelijk te zijn.

Duidelijke afspraken beginnen bij een goed gesprek. Tenminste zo zie ik het. En of dat gesprek nou op het schoolplein of in de directiekamer plaatsvindt, maakt dan niet eens zoveel uit. Als alle gesprekspartners daar maar hetzelfde beeld van hebben en gemaakte afspraken dusdanig worden geëxpliciteerd dat je erop kunt terugvallen. En als je als schoolleider toch in gesprek bent met een medewerker, kun je het meteen hebben over het laatste citaat. Het kan maar duidelijk zijn, niet waar?!

Citeertitel: Kiewiet-Kester, J. (2011). Miscommunicatie?!, webcolumn 2011/11. Internet: www.LERENenORGANISEREN.nl/webcolumn.htm

Geïntegreerd geheel: 5x aanhaken bij bestaande documenten

(FUNCTIEMIX-tips 2011-11)

De invoering van de functiemix in het basisonderwijs vordert gestaag. Landelijke cijfers zijn daarover beschikbaar gesteld. Achter die cijfers zit op schoolniveau toch nog wel wat onduidelijkheid, onvrede en onwelwillendheid.In gesprek met leerkrachten probeer ik in korte tijd de vinger op de zere plek te leggen. Veelal komt het erop neer dat teamleden weerstand voelen. Niet eens zozeer tegen ‘het hele LA/LB-verhaal’ maar eigenlijk voornamelijk tegen het feit dat er weer iets nieuws opgedrongen wordt. “En daar houden we niet van.”

Maar is het wel zoveel nieuws? In de FUNCTIEMIX-tips van vandaag: de verbinding met ‘oude documenten’. Immers, de functiemix is niet ‘uit de lucht komen vallen’. Niet ‘iets nieuws dat opgedrongen wordt’, maar bijna een logisch gevolg van de voortdurende wens tot verhoging van onderwijskwaliteit. Vandaag zet ik de functiemix in dat perspectief.

1. aanhaken bij DE MISSIE & VISIE

Veel scholen hebben geïnvesteerd in het verwoorden van de missie en visie van de school. Hieraan zijn verschillende teamvergaderingen besteed en er is veel schrijfwerk gedaan. Het resultaat: een mooi document, wellicht full-color gedrukt, pakkende slogan op de voorkant. En dan? De functiemix is een goede reden om het document erbij te halen en, indien nodig, af te stoffen. Immers in dit document staat beschreven wat de school voor ogen heeft, waar het zich sterk voor maakt en welke profilering eventueel gekozen is. Het geeft een leidraad voor de te creëren functieruimte.

2. aanhaken bij HET SCHOOLPLAN

In het schoolplan dat iedere school dient te hebben, is in kaart gebracht hoe de huidige situatie is en welke veranderingen/ontwikkelingen er beoogd zijn. Naast de  missie en visie geeft dit document heel helder aan wat de ontwikkel- en speerpunten zijn van de school. Op deze gebieden is de komende jaren extra input nodig. Werk aan de winkel voor LB-leerkrachten?!

3. aanhaken bij DE FUNCTIEBESCHRIJVING

Hoeveel van jullie leerkrachten kent de eigen functieomschrijving? Als ik het op scholen vraag is het percentage steevast laag. Toch is de functiebeschrijving de leidraad voor de verwachtingen over en verantwoordelijkheden van de leerkracht. Een leidraad ook voor functionerings- en beoordelingsgesprekken. Tip: ga met het team eens op zoek naar de verschillen in beschrijving tussen de LA- en LB-leerkracht. Dat maakt een hoop duidelijk!

4. aanhaken bij DE WET BIO

Ja, en dan natuurlijk de 7 bekwaamheden van de leerkracht uit de wet BIO. Competenties die een minimumniveau van kwaliteit garanderen. Er wordt wel eens gezegd dat een ‘gewone leerkracht’ (LA) geen goede leerkracht is. “Anders zou hij wel LB worden.” Met de wet BIO kun je dat keihard tegenspreken. Iedere leerkracht een professional. Juist óók de LA-leerkracht.

5. aanhaken bij  HET PERSOONLIJK ONTWIKKELPLAN

Tot slot het persoonlijk ontwikkelplan. Ook die kan uit de kast! Vol enthousiasme (nou ja…) zijn we enkele jaren geleden begonnen met het schrijven van persoonlijke ontwikkelplannen, de zogenaamde POP’s.  Soms wordt er gekozen voor een andere lettercombinatie, maar de intentie blijft hetzelfde. Een goed streven, maar bij weinig scholen komt het echt van de grond. En dat is zonde omdat het een mooie gelegenheid biedt om ontwikkelwensen van de leerkracht te combineren met de ontwikkelmogelijkheden binnen de school. Als leerkracht kun je bijvoorbeeld heel inzichtelijk maken hoe je wilt doorgroeien naar een LB-functie.

 

Door expliciet aan te haken bij bestaande documenten en regelingen, maak je bij het team inzichtelijk hoe de functiemix volgt uit het streven om werken in het onderwijs (nog) leuker en beter te maken. Dit is voor velen een eyeopener en biedt handvatten voor een goed inhoudelijk gesprek hierover. Succes!

HOOR WIE KLOPT DAAR, KINDEREN…

“Sint Nicolaas, Sint Nicolaas, brengt ons vandaag weer ee-een bezoek….”  Nog een dikke week sinterklaasliedjes, dan het grote feest. ’s Middags alles opruimen en vervolgens de kerstbomen in de klas. Zo snel kan het gaan…. En dan is het 2012!

 2012 wordt het jaar van de gedegen aanpak. Januari is een mooie maand om te beginnen met het in kaart brengen of opfrissen van de visie van de school.

-Wat willen we eigenlijk?

-Waartoe zijn we aan het werk?

-Weten nieuwe leerkrachten dit ook?

-Handelen we ernaar?

….

Als dat bepaald is, wordt – afhankelijk van de behoefte – een intern of extern spoor gevolgd.

Het interne spoor is gericht op kwaliteit binnen de school. Er is aandacht voor de professionaliteit van organisatie en leerkrachten, onderlinge samenwerking, aanwezige competenties en hoe die kunnen worden ingezet, de invulling van de functiemix.

Het externe spoor is gericht op de relatie van de school met ouders en omgeving. Er is aandacht voor het imago, de communicatie met ouders en eventueel teruglopend leerlingaantal wordt bekeken en tegengegaan.

Uiteraard wordt de invulling van het begeleidingstraject aangepast aan de behoefte van de school.

De inschrijving voor begeleidingstrajecten in 2012 is open. Wees er tijdig bij!

Meer informatie: info@LERENenORGANISEREN.nl

 

Functiemix, tweede fase

(FUNCTIEMIX-tips 2011-10)

De introductie van de functiemix ligt alweer even achter ons. Sinds augustus 2010 benoemen scholen leerkrachten op LB-niveau. Dit is tot nu toe met name gebeurt op basis van ‘achterstallig onderhoud’: Er zijn leerkrachten benoemd die reeds van meerwaarde zijn voor de school of een klasoverstijgende rol vervullen. Zij zijn nu ingeschaald op het niveau waarop zij al functioneerden. Deze eerste fase is grotendeels afgerond. Maar hoe nu verder?

Breng in kaart
Wat zijn de ervaringen van het afgelopen jaar?
Hoe denken leerkrachten en directies nu over de functiemix?
Welke procedures zijn gevolgd?
Welke meerwaarde leveren huidige LB-leerkrachten voor school en collega’s?

De schooldirectie speelt een cruciale rol in het al dan niet slagen van een waardevol ingezette functiemix. Zij is namelijk mede bepalend voor het gevoel dat leerkrachten erover hebben. Ook formeel gezien liggen er belangrijke taken. Het formuleren van de functie (passend bij de school en voor lange termijn bestendig), de selectie van de leerkrachten en vervolgens ook de beoordeling liggen grotendeels op het bordje van het managementteam. Als het managementteam dit niet voldoende draagt en serieus neemt, wordt de functiemix een farce en werkt het averechts.

Maak (nieuwe) keuzes
Wat is het schoolprofiel en hoe willen we daarbij aansluiten?
Welke specialisaties hebben we nodig en wat zijn daarbij de bovenschoolse mogelijkheden?
Creëren we nieuwe functies of gebruiken we de algemene voorbeeldbeschrijvingen?
Hoe passen we ons mobiliteitsplan aan zodat leerkrachten op LB-functies van andere scholen kunnen solliciteren?
Wat is ‘scholing op HBO+-niveau’ en hoe meten we dat?

Aan het begin van deze tweede fase zullen er een aantal beleidsmatige keuzes gemaakt moeten worden. Hiervoor is informatie, overleg en discussie nodig. Een waardevolle invoering van de functiemix kan voor flinke verschuivingen binnen de scholen zorgen. Dit kan vergaande consequenties hebben voor de organisatie zowel als de individuele leerkracht. Gemaakte keuzes dienen bewust en organisatiegericht te zijn opdat ze uitlegbaar en verdedigbaar zijn, ook op lange termijn.

Stel vast
Gemaakte keuzes leiden tot (nieuwe) afspraken. Deze worden vastgelegd. In sommige gevallen is het niet meer dan een kwestie van herlezen en afstoffen van een eerdere beleidsnotitie. In andere gevallen zal een beleidsstuk geheel her- of geschreven moeten worden.

Houd eenduidig vol
‘Verzachtende omstandigheden’
‘Ik was het er eigenlijk toch al niet mee eens’
‘Geen tijd’

Het maken van afspraken is één ding. Je eraan houden is een hele andere tak van sport. Zowel op schoolniveau als bovenschools zullen momenten ingebouwd moeten worden om de gang van zaken te beschouwen en waar nodig bij te sturen. Gemaakte keuzes zijn daarvoor de leidraad om kwaliteit en meerwaarde te kunnen bereiken en vasthouden.

 

___________________________________________

INFORMATIE, OVERLEG EN DISCUSSIE

Om nu écht door te zetten met de functiemix is informatie, overleg en discussie nodig. De vragen uit deze functiemix-tips geven daartoe een aanzet. Functiemix-PO.nl helpt graag met de zoektocht naar antwoorden. Uitgangspunt is dat een waardevolle invoering van de functiemix veel impact op de organisatie heeft. Het biedt geheel nieuwe mogelijkheden om organisatiestructuren te verbeteren, kwalitatief beter onderwijs te geven, teamleren te bevorderen en scholen weer op de kaart te zetten.

Functiemix-PO.nl helpt op drie verschillende niveaus:

Bovenschools advies/denktankgesprek om de huidige stand van zaken te bespreken en beleidsmatige mogelijkheden te verkennen.

Inhoudelijk directieberaad om in afstemming met elkaar waardevolle keuzes te maken.

Leerkrachtbijeenkomsten omdat er – ondanks alle informatie die er al gegeven is – nog veel onduidelijk is en dit zorgt voor weerstand of desinteresse.

Neem contact op! contact@functiemix-PO.nl
Ook voor andere vragen rond de functiemix en/of het waarderen van functies.

Waardevolle beoordeling

(FUNCTIEMIX-tips 2011-06)

 “Promoties van leraren moeten eerlijker”, kopte CNV Onderwijs afgelopen maand. “Slechts één op de vijf leraren zegt volmondig ‘ ja’ op de vraag of sollicitatieronden naar hoger betaalde leraarfuncties in het primair en voorgezet onderwijs eerlijk verlopen”, aldus het persbericht.

Beoordeling van onderwijspersoneel neemt een steeds belangrijkere plaats in binnen scholen. Niet alleen bij de promotie van leerkrachten naar een LB- of LC-schaal. Ook opbrengstgericht werken vraagt erom, prestatiebeloning (gelukkig voorlopig van de baan) is er direct aan gekoppeld en de veelal ingevoerde gesprekscyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken is erop gebaseerd. Laten we het er dus even over hebben.

Beoordelen is meten en daar conclusies aan verbinden. Een goed uitgevoerde beoordeling wil zeggen dat de meetgegevens juist zijn (valide en betrouwbaar) en de conclusies ook werkelijk gebaseerd zijn op die meetgegevens. Een waardevolle beoordeling gaat nog een stap verder. Het is een goed uitgevoerde beoordeling waar je iets aan hebt. Niet: ‘fijn om te weten en nu weer over tot de orde van de dag’. Maar een eerlijke constatering van de huidige stand van zaken als basis voor bijvoorbeeld evaluatie, procesverbetering, promotie of persoonlijke ontwikkeling.

Hoe zorg je voor een waardevolle beoordeling?

Beoordeel alleen dat wat echt nodig is, een meerwaarde levert. Als je vooraf bepaalt waarover je een oordeel nodig hebt, wat het je gaat opleveren en waarvoor je dat gaat gebruiken, kun je je tot deze beoordelingen beperken. Het levert gerichte bruikbare informatie en voorkomt beoordelingsmoeheid. Kwaliteit boven kwantiteit.

  1. Maak van de beoordeling geen momentopname. Naast een beoordelingsgesprek kun je gebruik laten maken van instrumenten als een portfolio waarin bijvoorbeeld 360° feedback wordt opgenomen. Ook kun je klassenbezoek opnemen in je instrumentarium. Op deze  manier zorg je voor inzicht over een langer termijn en vanuit verschillende blikvelden. Dit verrijkt en ijkt je informatie en heet in onderzoeksland datatriangulatie.
  2. Wees duidelijk over je rol als beoordelaar. Deze is aanzienlijk anders dan die van begeleider, schoolleider of collega. Het is raadzaam je beoordelaarsrol ook werkelijk te benoemen.
  3. Stel vooraf heldere criteria en beperk je daartoe. Op deze manier weet de beoordeelde waar op gelet wordt. Het geeft een leidraad en richting. Je kan er ook mee voorkomen dat de beoordeling wordt ervaren als een persoonlijke aanval. Door vooraf heldere criteria te stellen en deze kritisch te (laten) beschouwen, werk je aan de validiteit van je beoordeling: je zorgt ervoor dat je meet wat je wilt meten.
  4. Wees je bewust van eigen houding en ideeën. Je kunt onmogelijk helemaal objectief zijn. Immers, je bent wie je bent en vaak is er sprake van een werkrelatie tussen beoordelaar en beoordeelde. Als je je dat realiseert, kun je dat vervolgens zoveel mogelijk proberen te neutraliseren. Dat komt de betrouwbaarheid ten goede. Bedenk dat de manier waarop je een vraag stelt al van grote invloed kan zijn op het antwoord dat je krijgt. Zo ook je houding tijdens een gesprek of klassenobservatie.
  5. Beoordeel met twee personen. Twee weten meer dan één, maar twee zien en horen vooral ook meer dan één. De combinatie van vragen stellen, luisteren en aantekeningen maken is voor één persoon eigenlijk een beetje te veel gevraagd. Meer dan twee beoordelaars kan als bedreigend ervaren worden door de beoordeelde.
  6. Kies, als het echt van belang is, voor een externe assessor. Een (gecertificeerd) assessor is een werkelijk onafhankelijke beoordelaar die methodieken beheerst om zo objectief mogelijk tot een beoordeling te komen. Door deze persoon in te schakelen voorkom je (de schijn van) vooringenomenheid en geef je je beoordeling meer waarde.

 Ik wens je een waardevolle beoordeling!

ZIJN DE GENOEMDE TERMEN IN DEZE FUNCTIEMIX-TIPS ABAKADABRA VOOR JE MAAR LIJKT HET JE WEL BELANGRIJK? http://www.functiemix-PO.nl

4 manieren om leerkrachten het hele jaar te laten stralen

(FUNCTIEMIX-tips 2010-10) 

5 oktober is ‘De dag van de leraar’. Veel scholen ontvangen van hun bestuur of directie een taart voor de leerkrachten. Lekker! Maar vergelijk het met een extra aai en een lekker bot op dierendag. De hond is er blij mee, maar het gaat er uiteindelijk om hoe je de rest van het jaar voor het dier zorgt. Voor leerkrachten geldt in principe hetzelfde. Er zijn vele manieren om  leerkrachten het hele jaar te laten stralen. Onderstaand noem ik er vier, voorzien van zeer praktische uitwerkingen. Bijna te voor de hand liggend om te noemen. Maar ik doe het toch, wie weet heb je er iets aan.

 1) Wees aanwezig, geïnteresseerd en op de hoogte

Iedereen vindt het fijn om gekend te worden. Aandacht voor zowel individu als team staat daarom ‘met stip op nummer 1′. Het is de basis voor een goede relatie waarin je professioneel met elkaar wilt samenwerken. Dus: socialiseer en begeef je onder de mensen! Het lastige van een directiepositie  is dat veel van je werkzaamheden zich in de directiekamer afspelen, juist ook op momenten dat leerkrachten vrij en aanspreekbaar zijn. Onderschat het belang van informele interactie niet.

– Zorg dat je er bent in de 10 minuten koffietijd voor dat de school begint en schuif geregeld aan tijdens de lunch.
– Ga ook eens met collega’s op het plein staan, participeer in gesprekken over koetjes, kalfjes en onderwijsinhoud.
– Informeer gericht naar opvallende uitspraken of veranderd gedrag. 

2) Maak expertise expliciet

De functiemix maakt expertisegebieden binnen de school zichtbaar. Vergeet echter ook niet dat veel LA-leerkrachten door ervaring en/of scholing flinke bagage hebben waar zij collega’s mee kunnen helpen. Hier gebruik van maken, schept een onderlinge band en scheelt ook gewoon tijd en geld.  Vaak weten leerkrachten van elkaar echter niet of nauwelijks waar ze goed in zijn, onzichtbaar kapitaal. Dus zowel voor de LA- als de LB-leerkrachten geldt: kennis en kunde, maak het expliciet!

– Creëer een map (digitaal of papier) met daarin een korte samenvatting van de expertise en ervaringen van de leerkrachten. Zet deze op een  makkelijk beschikbare plek. Laat het team ook weten wanneer er aanvullingen/wijzigingen zijn.
– Verwijs leerkrachten naar een collega bij vragen op een bepaald probleemgebied. Wees ook niet terughoudend om er, als directeur, zelf gebruik van te maken.
– Geef specialisten de gelegenheid om hun expertise te presenteren, binnen het team maar wellicht ook op andere scholen binnen bestuur of samenwerkingsverband. 

3) Benader het positief

Natuurlijk zeg je niet dat alles goed gaat terwijl je eigenlijk vindt dat er wel wat verbetering nodig is. (Betrap je jezelf daar af en toe wel op, lees dan nog eens de functiemix-tips 2010-09, 3x hard voor de zaak.) Maar waarom alleen aandacht voor  verbeterpunten? Waarom worden er zo weinig schouderklopjes uitgedeeld? Op de school van mijn kinderen werken ze in de klassen met ‘tips en tops’. Naar mijn mening een mooie manier van een positieve benadering. Merk daarbij op dat door deze werkwijze de verantwoordelijkheid voor verbetering ook meteen daar wordt neergelegd  waar hij hoort.: bij de ontvanger.

– Spreek iemand aan op wat je is opgevallen. Als je dan toch aan de koffietafel zit, kun je net zo goed iets positiefs zeggen …..
– Pak een momentje tijdens een teamvergadering. Uitzonderlijke bijdragen aan school of klas hoeven niet onopgemerkt te blijven, deel ze. 

4) Houd begeleiden en beoordelen inzichtelijk gescheiden

Je bent nu eenmaal leidinggevende dus ook de beoordeling van leerkrachten zit in jouw takenpakket. Informeel een gesprek voeren en de betreffende collega daar in een later stadium tijdens de beoordeling mee om de oren slaan, is natuurlijk geen vertrouwenwekkende manier van werken.

– Informeer het team helder over de gesprekkencyclus en de status van de afzonderlijke gesprekken. Bied dit ook aan als naslagwerk.
– Wees je bewust van de rol die je op verschillende momenten hebt en wees hier ook duidelijk over.
– Zorg dat je begeleiding logisch volgt op je beoordeling en andersom. Maak hierover afspraken en houd je daaraan. 

Stralende leerkrachten zorgen voor een glansrijke toekomst van de school. Bovenstaande manieren geven hier handvatten voor. Meteen maar mee beginnen. Het is niet voor niets De Dag van de Leraar!