Over Joke Kiewiet-Kester

Onderwijsspecialist Kwaliteit & Personeel Helpt basisscholen met visie, functiemix en oudercontact.

Functiemix, tweede fase

(FUNCTIEMIX-tips 2011-10)

De introductie van de functiemix ligt alweer even achter ons. Sinds augustus 2010 benoemen scholen leerkrachten op LB-niveau. Dit is tot nu toe met name gebeurt op basis van ‘achterstallig onderhoud’: Er zijn leerkrachten benoemd die reeds van meerwaarde zijn voor de school of een klasoverstijgende rol vervullen. Zij zijn nu ingeschaald op het niveau waarop zij al functioneerden. Deze eerste fase is grotendeels afgerond. Maar hoe nu verder?

Breng in kaart
Wat zijn de ervaringen van het afgelopen jaar?
Hoe denken leerkrachten en directies nu over de functiemix?
Welke procedures zijn gevolgd?
Welke meerwaarde leveren huidige LB-leerkrachten voor school en collega’s?

De schooldirectie speelt een cruciale rol in het al dan niet slagen van een waardevol ingezette functiemix. Zij is namelijk mede bepalend voor het gevoel dat leerkrachten erover hebben. Ook formeel gezien liggen er belangrijke taken. Het formuleren van de functie (passend bij de school en voor lange termijn bestendig), de selectie van de leerkrachten en vervolgens ook de beoordeling liggen grotendeels op het bordje van het managementteam. Als het managementteam dit niet voldoende draagt en serieus neemt, wordt de functiemix een farce en werkt het averechts.

Maak (nieuwe) keuzes
Wat is het schoolprofiel en hoe willen we daarbij aansluiten?
Welke specialisaties hebben we nodig en wat zijn daarbij de bovenschoolse mogelijkheden?
Creëren we nieuwe functies of gebruiken we de algemene voorbeeldbeschrijvingen?
Hoe passen we ons mobiliteitsplan aan zodat leerkrachten op LB-functies van andere scholen kunnen solliciteren?
Wat is ‘scholing op HBO+-niveau’ en hoe meten we dat?

Aan het begin van deze tweede fase zullen er een aantal beleidsmatige keuzes gemaakt moeten worden. Hiervoor is informatie, overleg en discussie nodig. Een waardevolle invoering van de functiemix kan voor flinke verschuivingen binnen de scholen zorgen. Dit kan vergaande consequenties hebben voor de organisatie zowel als de individuele leerkracht. Gemaakte keuzes dienen bewust en organisatiegericht te zijn opdat ze uitlegbaar en verdedigbaar zijn, ook op lange termijn.

Stel vast
Gemaakte keuzes leiden tot (nieuwe) afspraken. Deze worden vastgelegd. In sommige gevallen is het niet meer dan een kwestie van herlezen en afstoffen van een eerdere beleidsnotitie. In andere gevallen zal een beleidsstuk geheel her- of geschreven moeten worden.

Houd eenduidig vol
‘Verzachtende omstandigheden’
‘Ik was het er eigenlijk toch al niet mee eens’
‘Geen tijd’

Het maken van afspraken is één ding. Je eraan houden is een hele andere tak van sport. Zowel op schoolniveau als bovenschools zullen momenten ingebouwd moeten worden om de gang van zaken te beschouwen en waar nodig bij te sturen. Gemaakte keuzes zijn daarvoor de leidraad om kwaliteit en meerwaarde te kunnen bereiken en vasthouden.

 

___________________________________________

INFORMATIE, OVERLEG EN DISCUSSIE

Om nu écht door te zetten met de functiemix is informatie, overleg en discussie nodig. De vragen uit deze functiemix-tips geven daartoe een aanzet. Functiemix-PO.nl helpt graag met de zoektocht naar antwoorden. Uitgangspunt is dat een waardevolle invoering van de functiemix veel impact op de organisatie heeft. Het biedt geheel nieuwe mogelijkheden om organisatiestructuren te verbeteren, kwalitatief beter onderwijs te geven, teamleren te bevorderen en scholen weer op de kaart te zetten.

Functiemix-PO.nl helpt op drie verschillende niveaus:

Bovenschools advies/denktankgesprek om de huidige stand van zaken te bespreken en beleidsmatige mogelijkheden te verkennen.

Inhoudelijk directieberaad om in afstemming met elkaar waardevolle keuzes te maken.

Leerkrachtbijeenkomsten omdat er – ondanks alle informatie die er al gegeven is – nog veel onduidelijk is en dit zorgt voor weerstand of desinteresse.

Neem contact op! contact@functiemix-PO.nl
Ook voor andere vragen rond de functiemix en/of het waarderen van functies.

Basiskwaliteit met een toefje aangename verrassing

(Webcolumn 2011/10)

Afgelopen maanden heb ik op verschillende scholen gevraagd waar ze dit jaar aan gaan werken. Dat leverde veelal geen kort en krachtig antwoord. Een rij van minimaal 20 verbeterpunten in een schoolplan was geen uitzondering. Maar hoe reëel is het om als school op zoveel items te willen veranderen? Voor veel scholen zal het niet haalbaar zijn, puur omdat er geen overzicht is en geen prioriteiten zijn gesteld.

Leerkrachten raken gestrest of haken af. Zelf weet ik niet wat erger is. In ieder geval komt het beide het onderwijs niet ten goede. Daarbij krijgen ze ook nog eens te maken met die zogenaamde lastige ouders. “Ouders zijn tegenwoordig zo veeleisend.” Maar is dat wel zo? Of komt dat omdat je ze als school dingen beloofd die je niet waar maakt?

Misschien heb ik je wel eens eerder vertelt over het boekje ‘Maak een fan van je klant’ (Blanchard & Bowles, 2011).  Ik ben een fan van dat boekje. Op scholen wordt regelmatig de ouder- en leerlingtevredenheid gemeten. Dit boekje geeft aan dat ‘tevredenheid’ je niet veel oplevert. Je moet zorgen dat mensen ‘fan’ van je worden. Dan verspreiden ze hun enthousiasme. En dat enthousiasme kan jullie school die broodnodige leerlingen opleveren.

Terug naar het schoolplan. Met de items die hierin genoemd staan, zorg je ervoor dat de basis gedekt is en dat je net een stapje meer doet dan de ouders verwachten. Dat is minder moeilijk dan je misschien zou denken. In tegenstelling tot wat vaak gezegd wordt, durf ik te beweren dat de meeste ouders helemaal niet veeleisend zijn. De verwachtingen zijn over het algemeen vrij laag. Als kindlief het naar zijn zin heeft en het duidelijk is dat er geleerd wordt, zijn de papa’s en mama’s over het algemeen snel tevreden. Bedenk daarbij dat veel ouders niet meer weten van onderwijs dan wat ze zelf hebben meegemaakt, aangevuld met de ervaringen van jullie school. Omdat je als onderwijsprofessional wel overzicht hebt op onderwijs in het algemeen en specifiek op jullie school, kun je dat gebruiken voor dat beetje extra waarover ouders (jullie fans?) aan de rand van het voetbalveld vertellen.

En als je vanuit dat oogpunt het schoolplan nog eens bekijkt…. Welke verbeterpunten zijn erop gericht dat de basis op orde komt of blijft? Vertaald naar ouders: welke verbeterpunten moeten ervoor zorgen dat ouders in ieder geval tevreden worden of blijven?En kijk dan eens verder. Met welke verbeterpunten creëren we fans? Hoe zorgen we ervoor dat ons dat ook werkelijk gaat lukken? En hoe kijken we aan het einde van het schooljaar of we dat ook gedaan hebben en of het ons gelukt is?Tot slot zijn er misschien verbeterpunten die niet gericht zijn op tevredenheid en eigenlijk ook geen fanmail zullen genereren. Wat als we die eens schrappen?

Aan de hand van een schoolplan kan ik zien in welke mate ouders tevreden dan wel fan (kunnen) zijn van een school. Dat zie ik aan het aantal, de inhoud en de formulering van de items. Veel, breed en vaag is een garantie voor teruglopend leerlingaantal. Immers, dat kun je niet waarmaken. Een teleurgestelde ouder is geen fan en gaat dat ook niet worden. Fans willen een gegarandeerde basiskwaliteit met een toefje aangename verrassing. En dat komt goed uit. Dat is namelijk precies wat iedere school wil bieden. Of niet?!

Waar een wil is, is een weg

 (Webcolumn 2011/09)

“Waar een wil is, is een weg”, zo wordt er vaak gesteld. Of “als je iets echt graag wilt, lukt het ook”. Ahum! Dat klinkt wel erg makkelijk. Alsof je zelf de enige bepalende factor zou zijn. Nou, er zijn  natuurlijk wel meer variabelen die bepalen of iets lukt of kan. Zo spelen overheid (vandaag Prinsjesdag!) , ouders en ontwikkelingen in de buurt bijvoorbeeld een grote rol. En daar lijk je vaak zelf weinig invloed op te hebben.

Toch ben ik het stiekem wel eens met het gezegde. Niet in de afrekenden sfeer van, als iets niet gelukt is, dat iemand dan zegt: “Dan wilde je het niet graag genoeg.” Dat lijkt te veel op het doen van een wens: Ogen strak dicht knijpen en denken ‘ik wil het, ik wil het’. Nee, dat is te passief. Daar maken we geen kwalitatief goed onderwijs mee.

Zoals ik het zie is ‘de wil’ die ten grondslag ligt aan ‘de weg’, actief. Het heeft te maken met een gezamenlijk willen. Een concretiseerbaar willen ook. En dat is duidelijk iets anders dan wensen. Het betekent eigenlijk zoiets als “Als je weet wat je wilt (‘de wil’), dan kun je daar naar werken (‘de weg’)”. Dit komt aardig overeen met de ideeën achter de Balanced ScoreCard van Kaplan en Norton.

De Balanced ScoreCard is ontwikkeld om organisaties te helpen bij het plannen en managen, het maken van strategische keuzes. Op zich is het niet wereldschokkend, maar het brengt de boel duidelijk en eenvoudig in kaart. Het gaat ervan uit dat een organisatie visie en strategie bepaalt in wisselwerking met 4 perspectieven: Financieel, Klant, Interne organisatieprocessen en Ontwikkeling & groei. Voor elk van de perspectieven geef je een concrete beschrijving van de onderwerpen waar je goed in moet/wil zijn. Dit heten de kritische succesfactoren. Vervolgens geef je daar waardes aan die je wilt behalen, de zogenaamde prestatie-indicatoren. Zo worden meetbare doelen geformuleerd die sturend zijn voor de dagelijkse gang van zaken. Wie bedenkt dat dit instrument in de jaren 90 van de vorige eeuw al ‘hot’ was, kan zich afvragen waarom Opbrengstgericht Onderwijs nu pas (en met de nodige weerstand) een aandachtspunt is. Maar dat terzijde.

Het bepalen van de prestatie-indicatoren is het lastigste stuk uit dit verhaal. Immers, niet alles is zomaar inzichtelijk meetbaar te maken. Dat is ook het struikelblok voor Opbrengstgericht Onderwijs. Ik schreef hierover al mijn webcolumn van mei 2011. Maar vandaag hadden we het over het willen. In Balanced Scorecard-taal gaat het dan over de kritische succesfactoren.  

– Klantperspectief: Welke verwachtingen wil je bij ouders en kinderen scheppen en waarmaken? Wat wil je dat ouders over je zeggen als ze op het sportveld staan? Hoe wil je dat leerlingen zich je herinneren als ze naar het voortgezet onderwijs zijn?

– Financieel perspectief: Hoe wil je de financiële zaken regelen, welke keuzes wil je maken?

– Perspectief van interne processen: Hoe wil je onderwijs geven? Hoe wil je de groepen verdelen? Wil je klassikaal of andersoortig onderwijs? Wat wil je doen voor niet-gemiddelde leerlingen? Hoe wil je expertise inzetten?

– Perspectief van ontwikkeling en groei: Waarin wil je goed worden of blijven? Hoe wil je dat bewerkstelligen? Hoe wil  je kennis delen?

Dit zijn, even uit de losse pols, een paar voorbeeldvragen. De ‘je’ kan daarbij zowel gelden voor een leerkracht, een manager als voor het team en de school. ‘Waar een wil is, is een weg’. Een gezamenlijk wil op bovenstaande punten is in grote mate bepalend voor het succes en de kwaliteit van jullie school.

Citeertitel: Kiewiet-Kester, J. (2011). Waar een wil is…, webcolumn 2011/09. Internet: www.IedereLeerkrachtEenProfessional.nl

 

2012 WORDT HET JAAR! Reserveer nu een visietraject en zet je school (weer) op de kaart! info@LERENenORGANISEREN.nl

KLEIN TESTJE

Welke van onderstaande zin(nen) komt/komen overeen met jullie schoolsituatie?

O We hebben wel een profiel beschreven, maar doen er eigenlijk niets mee.
O De functiemix zorgt bij ons helemáál niet voor een positieve sfeer.
O We horen dat er in de buurt weinig positief over ons gesproken wordt.
O Geen idee hoe we ouders zinvol en leuk kunnen informeren over de functiemix.
O Als ik leerkrachten vraag wat ze zeggen als nieuwe ouders hen aanspreken, hebben ze eigenlijk geen antwoord.

Eén of meer zinnen zijn van toepassing? Neem dan vrijblijvend contact op met FUNCTIEMIX-PO.nl (http://www.functiemix-PO.nl) om te kijken hoe we daar verandering in kunnen aanbrengen. 
Ook voor andere vragen rond de functiemix en/of het waarderen van functies.

Functiemix in verbinding met HRM, CRM en PR

(FUNCTIEMIX-tips 2011-09)

Eerst even wat definities:

Functiemix: Een combinatie van meerdere leerkrachtfuncties (niets meer en niets minder). Binnen het basisonderwijs is dat een mix van de reeds bestaande LA-functie en de nieuwere LB-functie op HBO+-niveau. Daar komt ook nog een hogere LC-functie bij. Was er voorheen alleen ‘de leerkracht’, nu wordt dat gedifferentieerd uitgewerkt naar meerdere werkniveaus. Voor ieder werkniveau gelden andere verantwoordelijkheden en een aangepaste salarisschaal. 

De functiemix heeft een directe aansluiting met HRM.
Human Resource Management (HRM): Personeelsbeleid waarbij de medewerkers worden gezien als belangrijke bron voor het succes van een organisatie. Dit impliceert gerichte aandacht voor het personeel en diens ontwikkeling, ook op langere termijn. 

CRM kan overeenkomstig gedefinieerd worden als HRM.
Customer Relationship Management (CRM): ‘Klantbeleid’ waarbij de relatie tussen organisatie en klant wordt gezien als belangrijke bron voor succes van een organisatie. Dit impliceert gerichte aandacht voor de klanten opdat er een binding tussen klant en organisatie kan ontstaan.

PR, tot slot (Opmerking tussendoor: waarom is het geen PRM?!).
Public Relations (PR): Geheel van activiteiten om het publiek, de doelgroep, kennis te laten nemen van de organisatie. Er wordt beoogt een positief imago op te bouwen waardoor nieuwe klanten zich zullen verbinden aan de organisatie.

Tip 1: Gebruik de functiemix voor HRM
Dit is de meest voor de hand liggende combinatie. Immers functiemix is onderdeel van HRM. Door de differentiatie op leerkrachtfunctie sluit je beter aan bij de wensen en capaciteiten van het personeel. Als we er dan ook nog vanuit gaan dat de nieuwe functies bewust zijn gekozen vanuit de visie en het profiel van de school, is het duidelijk dat ‘de bronnen’ (de leerkrachten) beter benut worden ten behoeve van de organisatie. Tot zover de managementtaal. Wat het betekent, is dat

(1) leerkrachten leuker en beter werken omdat ze kunnen doen waar ze goed in zijn en daarvoor gewaardeerd worden. 
(2) de school beloften over profiel, zorg en organisatie waar kan maken omdat ze daarvoor de expertises binnen het gedifferentieerde leerkrachtenteam kan inzetten.
(3) de sfeer op school professioneler en tegelijkertijd gezelliger kan worden. Bij gericht management (HRM!) ontstaat door de differentiatie een positieve onderlinge afhankelijkheid die de samenhang binnen een team kan bevorderen. 

Tip 2: Gebruik de functiemix voor CRM
De link tussen functiemix en CRM is in eerste instantie misschien minder duidelijk. Maar als je uitgaat van een brede kijk op de organisatie waarbij alle managementactiviteiten eenzelfde doel nastreven, noem het holistisch, volgt de logica snel. Je ziet het ook terug in punt 2 en 3 bij de eerste tip.
De school communiceert visie en profiel aan haar ‘klanten’, de ouders en kinderen van de school. De school doet daarmee (impliciet of expliciet) beloften die waar gemaakt dienen te worden. Je wilt dat ouders en kinderen tevreden zijn over je school omdat je goed onderwijs voor elk kind biedt in een fijne setting. Zowel onderwijsinhoud als sfeer zijn daarvoor dus belangrijk.
Een belangrijk aspect van CRM is communicatie met ‘de klant’. Informeer ouders dus over de functiemix. Laat zien dat je een professionele organisatie bent, die gericht en aandachtig met het personeel omgaat opdat hun kind leuk en goed onderwijs krijgt. Dat je beloften doet en die waar maakt.

Tip 3: Gebruik de functiemix voor PR
De strijd om leerlingen is op veel plaatsen losgebarsten. Leerlingaantallen lopen terug. Hoe zorg je ervoor dat ‘verse ouders’ jouw school kiezen? Door gericht te laten zien waarin je je onderscheidt van andere scholen! ‘Een leuke school waar goed onderwijs wordt gegeven’ is daarbij echt niet specifiek genoeg. De uitwerking van visie en profiel wordt mede mogelijk gemaakt door de functiemix. Vertel de buitenwereld daarover, neem een actieve rol daarin.
Veel leerkrachten wonen in de directe omgeving van de school, overleg wat jullie communiceren (de elevatorpitch) als nieuwe ouders je in de supermarkt om info vragen.
Maak je gebruik van de wekelijkse buurtkrant? Zorg ook dan voor een eenduidig verhaal en schrijf herkenbare stukken waarin je regelmatig refereert aan jullie profiel.
Nog beter is het als ouders spontaan ‘PR-en’. Een gesprekje op het voetbalveld: “Bij ons op school hebben ze extra aandacht voor rekenen. Er is zelfs een leerkracht in gespecialiseerd die de andere leerkrachten ondersteunt. Nu werken ze niet alleen uit het boek, maar doen ze ook andere rekendingen. Peter vond rekenen altijd maar stom en moeilijk, maar komt nu echt enthousiast thuis. Hij snapt het veel beter. Thirza rekent altijd ‘met twee vingers in haar neus’ en die wordt nu ook veel meer uitgedaagd. Zo leuk!
De ouders en kinderen van je school kunnen je de beste PR geven die je je kunt wensen. Mits ze (meer dan) tevreden zijn. PR door CRM.

Dus, de functiemix is niet iets ‘wat moet omdat er aantallen zijn afgesproken’. De functiemix is een instrument dat ingezet kan worden om het voortbestaan van je school te garanderen en waarmee je een goede indruk kunt maken bij zowel het eigen personeel, de ouders en kinderen in de school, als de buitenwereld. Succes!

LIGT JULLIE PROFIEL TE VERSTOFFEN IN EEN BUREAULA? www.Functiemix-PO.nl

Waardevolle beoordeling

(FUNCTIEMIX-tips 2011-06)

 “Promoties van leraren moeten eerlijker”, kopte CNV Onderwijs afgelopen maand. “Slechts één op de vijf leraren zegt volmondig ‘ ja’ op de vraag of sollicitatieronden naar hoger betaalde leraarfuncties in het primair en voorgezet onderwijs eerlijk verlopen”, aldus het persbericht.

Beoordeling van onderwijspersoneel neemt een steeds belangrijkere plaats in binnen scholen. Niet alleen bij de promotie van leerkrachten naar een LB- of LC-schaal. Ook opbrengstgericht werken vraagt erom, prestatiebeloning (gelukkig voorlopig van de baan) is er direct aan gekoppeld en de veelal ingevoerde gesprekscyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken is erop gebaseerd. Laten we het er dus even over hebben.

Beoordelen is meten en daar conclusies aan verbinden. Een goed uitgevoerde beoordeling wil zeggen dat de meetgegevens juist zijn (valide en betrouwbaar) en de conclusies ook werkelijk gebaseerd zijn op die meetgegevens. Een waardevolle beoordeling gaat nog een stap verder. Het is een goed uitgevoerde beoordeling waar je iets aan hebt. Niet: ‘fijn om te weten en nu weer over tot de orde van de dag’. Maar een eerlijke constatering van de huidige stand van zaken als basis voor bijvoorbeeld evaluatie, procesverbetering, promotie of persoonlijke ontwikkeling.

Hoe zorg je voor een waardevolle beoordeling?

Beoordeel alleen dat wat echt nodig is, een meerwaarde levert. Als je vooraf bepaalt waarover je een oordeel nodig hebt, wat het je gaat opleveren en waarvoor je dat gaat gebruiken, kun je je tot deze beoordelingen beperken. Het levert gerichte bruikbare informatie en voorkomt beoordelingsmoeheid. Kwaliteit boven kwantiteit.

  1. Maak van de beoordeling geen momentopname. Naast een beoordelingsgesprek kun je gebruik laten maken van instrumenten als een portfolio waarin bijvoorbeeld 360° feedback wordt opgenomen. Ook kun je klassenbezoek opnemen in je instrumentarium. Op deze  manier zorg je voor inzicht over een langer termijn en vanuit verschillende blikvelden. Dit verrijkt en ijkt je informatie en heet in onderzoeksland datatriangulatie.
  2. Wees duidelijk over je rol als beoordelaar. Deze is aanzienlijk anders dan die van begeleider, schoolleider of collega. Het is raadzaam je beoordelaarsrol ook werkelijk te benoemen.
  3. Stel vooraf heldere criteria en beperk je daartoe. Op deze manier weet de beoordeelde waar op gelet wordt. Het geeft een leidraad en richting. Je kan er ook mee voorkomen dat de beoordeling wordt ervaren als een persoonlijke aanval. Door vooraf heldere criteria te stellen en deze kritisch te (laten) beschouwen, werk je aan de validiteit van je beoordeling: je zorgt ervoor dat je meet wat je wilt meten.
  4. Wees je bewust van eigen houding en ideeën. Je kunt onmogelijk helemaal objectief zijn. Immers, je bent wie je bent en vaak is er sprake van een werkrelatie tussen beoordelaar en beoordeelde. Als je je dat realiseert, kun je dat vervolgens zoveel mogelijk proberen te neutraliseren. Dat komt de betrouwbaarheid ten goede. Bedenk dat de manier waarop je een vraag stelt al van grote invloed kan zijn op het antwoord dat je krijgt. Zo ook je houding tijdens een gesprek of klassenobservatie.
  5. Beoordeel met twee personen. Twee weten meer dan één, maar twee zien en horen vooral ook meer dan één. De combinatie van vragen stellen, luisteren en aantekeningen maken is voor één persoon eigenlijk een beetje te veel gevraagd. Meer dan twee beoordelaars kan als bedreigend ervaren worden door de beoordeelde.
  6. Kies, als het echt van belang is, voor een externe assessor. Een (gecertificeerd) assessor is een werkelijk onafhankelijke beoordelaar die methodieken beheerst om zo objectief mogelijk tot een beoordeling te komen. Door deze persoon in te schakelen voorkom je (de schijn van) vooringenomenheid en geef je je beoordeling meer waarde.

 Ik wens je een waardevolle beoordeling!

ZIJN DE GENOEMDE TERMEN IN DEZE FUNCTIEMIX-TIPS ABAKADABRA VOOR JE MAAR LIJKT HET JE WEL BELANGRIJK? http://www.functiemix-PO.nl

Hot item: beloningsdifferentiatie

(FUNCTIEMIX-tips 2011-03)

 Scholen zijn druk bezig met de invoering van de functiemix. Tegelijkertijd wordt er vanuit Den Haag geroepen dat prestatiebeloning moet zorgen voor kwalitatief beter onderwijs. Dit zorgt voor onrust en verwarring. Vandaar vandaag slechts één tip:

Maak bij het team inzichtelijk wat het verschil is tussen de functiemix en prestatiebeloning. (En  handel daar zelf ook naar.)

De functiemix is gebaseerd op functiedifferentiatie: Er zijn binnen hetzelfde beroep (dezelfde functie) verschillende niveaus waarop de functie uitgevoerd kan worden. Bij deze verschillende niveaus horen onderscheidende taken en bevoegdheden op basis waarvan de functie wordt ingedeeld in een bepaalde salarisschaal. Dit bepaalt de beloning, het salaris. Deze beloning is vooraf op bestuursniveau vastgesteld en niet zomaar aan te passen.

Bij prestatiebeloning is het principe anders. Hier wordt binnen dezelfde functie én hetzelfde functieniveau gekeken naar het functioneren van de persoon of het team waarin wordt geparticipeerd. Op basis van dit functioneren binnen de betreffende functie wordt de beloning achteraf bepaald. Deze beloning is variabel en wordt toegekend door de verantwoordelijk leidinggevende. 

Het lastige aan deze differentiatiesoorten is dat ze niet hetzelfde zijn, maar ook niet elkaars tegenpolen. Zoals het er nu naar uitziet, gaan ze in gezamenlijkheid ingevoerd worden. Reden te meer om ze goed te onderscheiden. 

Veel weerstand rond de functiemix ligt in het denkbeeld dat het oneerlijk is medewerkers verschillend te belonen. Dit kun je grotendeels wegnemen door het verschil tussen functiedifferentiatie en prestatiebeloning te benoemen. Het bezwaar blijkt dan voornamelijk te liggen in het al dan niet toepassen van prestatiebeloning. Daar zijn veel vragen over. Hoe bepaal je of iemand beter presteert? Hoe bepaal je de werkelijk toegevoegde waarde, de leerwinst? Hoe zorg je ervoor dat je niet overgeleverd bent aan de grillen van de leidinggevende? Wat voor consequenties heeft het ‘na afloop afrekenen’ op de onderlinge verhoudingen tussen teamleden?

 Dit alles heeft niets met de functiemix te maken. TENZIJ je de functiemix inzet als prestatiebeloning. Dat klinkt ingewikkeld, maar het gebeurt vaak. De functiemix wordt dan oneigenlijk gebruikt om bepaalde leerkrachten een zetje op het carrièrepad te geven. Niet op basis van een beschreven functie waarvoor zij de kwaliteiten hebben, maar op basis van, tja, – dienstjaren, vriendje van, enthousiasme van ouders – wie zal het zeggen?

Mijn advies: DOE DAT NIET! Bekommer je in een later stadium eventueel over de invoering van prestatiebeloning. Houdt je nu bezig met de functiemix en doe dat zuiver. Zorg dat je eerst op basis van je visie beschouwt welke (nieuwe) leerkrachtfuncties er binnen de organisatie nodig zijn. Pas daarna ga je over op personele invulling. Niet andersom.

 Dus:
Maak bij het team inzichtelijk wat het verschil is tussen de functiemix en prestatiebeloning.
…. En handel daar zelf ook naar!

 

MEER INFORMATIE NODIG? NEEM CONTACT OP VOOR EEN ADVIESGESPREK! TELEFONISCH OF OP LOCATIE. http://www.functiemix-PO.nl

Bespaar geld, maak het de functiewaardeerder gemakkelijk

(FUNCTIEMIX-tips 2011-02)

 Je functiebouwwerk en het formuleren van nieuwe leerkrachtfuncties is fundamenteel voor je organisatie. Als je dat goed wilt doen, kan het behoorlijk wat tijd en geld kosten. Daar wil je natuurlijk zo zuinig mogelijk mee omgaan. Belangrijkste punt daarbij is dat je weet wat je zelf kan en wat je beter kunt uitbesteden.

 Bij een gratis abonnement op deze functiemix-tips (http://www.functiemix-PO.nl ) krijgt je de DOE-HET-ZELF-brochure voor het beschrijven van (nieuwe) functies. Deze helpt je aardig op weg. De functiemix-tips van vandaag zijn een aanvulling daarop. Je krijgt vandaag 3 tips  om ervoor te zorgen dat de gecertificeerde functiemixspecialist jouw zelfbeschreven functies eenvoudig kan waarderen. Dit scheelt tijd en dus geld.

 Tip 1
Gebruik het format voor functiebeschrijvingen. Dit format is opgenomen als bijlage bij de DOE-HET-ZELF-brochure. Het volgt de 14 kenmerken waarop een functie gewaardeerd wordt. Door deze kenmerken in de juiste volgorde in de beschrijving aan te bieden, bespaar je de functiewaardeerder een zoektocht naar de verschillende aspecten.

 Tip 2
Kies voor eenduidigheid in het gebruik van woorden en zinnen. Een tekst leest vaak lekkerder als je werkt met synoniemen en als je ervoor zorgt dat er niet te veel herhalingen in voor komen. Voor een functiebeschrijving is dat echter funest. Wanneer je voor eenzelfde functie, verantwoordelijkheid of taak steeds andere woorden gebruikt, schaadt dat de inzichtelijkheid en dus de waardeerbaarheid.

Tip 3
Zet je functiebouwwerk in een overzichtelijk schema. Door functies te sorteren op werkterrein en zo mogelijk ook op salarisschaal, krijg je een schema dat aangeeft waar in de organisatie een bepaalde functie bedoeld is. Dit kun je dan gebruiken voor het beschrijven van de context van de functies. Het geeft de waardeerder de nodige achtergrondinformatie die het waarderen van de functie vergemakkelijkt. Voor jezelf kan zo’n schema aanleiding zijn om te bepalen of alle taken die er binnen de organisatie zijn, (op de juiste plek) zijn ondergebracht.

Tot slot nog even dit:
Wanneer je op eigen houtje gaat ‘klussen’ zonder een gedegen kennisbasis, heb je de kans dat jouw werk later door een expert verbeterd of opnieuw gedaan moet worden. Dat is frustrerend en zonde van jouw tijd. Daarbij kost het voor de functiemixspecialist vaak meer inspanning (lees: uren, dus kosten) om dingen te herstellen dan wanneer de specialist er in een vroegtijdig stadium bij betrokken is.  Schakel dus op tijd de functiemixspecialist in, al is het alleen maar om vroegtijdig af te spreken wat je zelf kan doen en hoe je dat kunt aanpakken.

BEHOEFTE AAN EEN GECERTIFICEERDE FUNCTIEWAARDEERDER, GESPECIALISEERD IN BASISONDERWIJS? Ga naar http://www.functiemix-PO.nl

5 misverstanden rond de functiemix – en hoe het wel zit.

(FUNCTIEMIX-tips 2010-11) 

In gesprek met schoolleiders en leerkrachten blijkt dat er nogal wat misverstanden leven rond de functiemix. Logisch, want het is nieuw en ingrijpend. In deze functiemix-tips wordt je geïnformeerd over de ware toedracht achter 5 misverstanden.

1)     DE FUNCTIEMIX IS EEN VERPLICHTING

Voor veel scholen voelt de functiemix als een verplichting die van bovenaf is opgelegd. In werkelijkheid gaat het hier om een afspraak tussen alle betrokken partijen. Overkoepelende organisaties hebben – als afgevaardigde van de scholen – bekeken hoe de kwaliteit van onderwijs verhoogt kan worden. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat investeren in leerkrachtfuncties hiervoor goede mogelijkheden kan bieden. Op grond hiervan zijn afspraken gemaakt over aantallen en financiële ondersteuning. Mocht in 2011 blijken dat jullie school(bestuur) zich niet aan de afspraak heeft kunnen of willen houden, dan wordt er een financiële herberekening gemaakt. Niet als straf, maar op basis van een reële boekhoudkundige conclusie.

2)     LB IS EEN FUNCTIE

LB is geen functie, maar een niveau. Hoewel het vaak gezegd wordt, kun je leerkrachten dus niet laten solliciteren naar LB. Dat is een inhoudsloze actie. Het LB-niveau van een functie geeft aan waar leerkrachten binnen deze functie aan moeten voldoen. Het bepalende verschil met het LA-niveau ligt in de verantwoordelijkheden die de betreffende LB-leerkracht heeft op beleidsmatig en schoolbreed niveau. Dit zegt op zich dus nog niets over het beleidsterrein en het gewenste expertisegebied waar een functie op gericht is. Wanneer je kijkt naar de voorbeeldfunctie LB (een beschrijving van een functie op LB-niveau) zie je dat ook terug. 

Tip: Neem in de voorbeeldbeschrijving LB op wat de functie inhoudelijk toevoegt aan de schoolorganisatie. Dat is ook een goede leidraad bij functionerings- en beoordelingsgesprekken.

3)     IB-ERS KOMEN NIET IN AANMERKING VOOR EEN FUNCTIE OP LB-NIVEAU

De functiemix is in het leven geroepen om de kwaliteit van leerkrachten te verhogen. De definitie van een leerkracht bevat de eis dat hij/zij minstens 50% groepsverantwoordelijke taken heeft. Veel IB-ers hebben zich volledig gespecialiseerd en zijn in hun functie dan ook geen leerkracht meer. Niets houdt je tegen om een IB-functie op LB-niveau te beschrijven. Voor de procentuele afspraken rond de functiemix telt dit echter niet mee. IB-ers die wel minimaal de helft van hun tijd besteden aan leerkrachttaken kunnen wel worden opgenomen in de functiemix.

Tip: Verdeel de IB –taken over twee leerkrachten met een zorgspecialisatie op LB-niveau. Dit telt voor de functiemix, er is ruimere expertise en een automatische back-up aanwezig.

4)     ALLEEN OPLEIDINGEN MET EEN LERARENBEURS VOLDOEN VOOR HBO+-NIVEAU

Eén van de eisen voor een hogere leerkrachtfunctie is het functioneren op HBO+-niveau. Dat lijkt een harde eis, maar is in werkelijkheid moeilijk definieerbaar en nog moeilijker aantoonbaar. Dit heeft tot gevolg dat een groot aantal schoolleiders gaat voor zekerheid: alleen opleidingen met een lerarenbeurs gelden voor HBO+-niveau. Hiermee doe je echter een deel van je personeel te kort. Natuurlijk voldoen genoemde opleidingen als ze als zodanig geaccrediteerd zijn, maar er zijn meer mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan leerkrachten die zich de afgelopen jaren door middel van cursussen en zelfstudie hebben geschoold in een bepaald specialisme. Ook zij kunnen de kennis, houding en vaardigheden hebben die bij het gewenste niveau horen. Moeilijker meetbaar, maar minstens zo waardevol.

Tip: Laat leerkrachten die in aanmerking willen komen voor een functie op LB-niveau zelf beschrijven waarom zij denken te beschikken over vereist niveau en hoe zij denken bij te dragen aan de ontwikkeling van de school.

5)     FUNCTIEBESCHRIJVINGEN KUNNEN NIET NAAR EIGEN INZICHT GEWIJZIGD WORDEN

Er zijn diverse voorbeeldfuncties als leidraad voor het functieboek. Vaak worden ze één op één overgenomen omdat gedacht wordt dat dat moet of omdat het anders een ‘te dure grap’ wordt. Een eigenschap van de voorbeeldfuncties is echter dat ze zo algemeen zijn dat ze overal passen, maar eigenlijk inhoudelijk ook net niets zeggen. Om de functiebeschrijvingen van waarde te laten zijn voor de organisatie is aanpassing gewenst. Aanpassing  hoeft trouwens geen gevolgen te hebben voor de waardering. Je kunt een expertisegebied in de beschrijving toevoegen zonder het verantwoordingsniveau te veranderen. Dan is waardering niet altijd nodig of het is zo eenvoudig dat de kosten laag blijven.

Tip: Laat aangepaste functiebeschrijvingen altijd checken door een FUWA-expert. Soms leidt een verandering van een klein woord tot een onverwacht veranderd scorepatroon.

 

ZEKER WETEN DAT EEN HERSCHREVEN FUNCTIE VOLDOET AAN HET SCOREPATROON? http://www.Functiemix-PO.nl

4 manieren om leerkrachten het hele jaar te laten stralen

(FUNCTIEMIX-tips 2010-10) 

5 oktober is ‘De dag van de leraar’. Veel scholen ontvangen van hun bestuur of directie een taart voor de leerkrachten. Lekker! Maar vergelijk het met een extra aai en een lekker bot op dierendag. De hond is er blij mee, maar het gaat er uiteindelijk om hoe je de rest van het jaar voor het dier zorgt. Voor leerkrachten geldt in principe hetzelfde. Er zijn vele manieren om  leerkrachten het hele jaar te laten stralen. Onderstaand noem ik er vier, voorzien van zeer praktische uitwerkingen. Bijna te voor de hand liggend om te noemen. Maar ik doe het toch, wie weet heb je er iets aan.

 1) Wees aanwezig, geïnteresseerd en op de hoogte

Iedereen vindt het fijn om gekend te worden. Aandacht voor zowel individu als team staat daarom ‘met stip op nummer 1′. Het is de basis voor een goede relatie waarin je professioneel met elkaar wilt samenwerken. Dus: socialiseer en begeef je onder de mensen! Het lastige van een directiepositie  is dat veel van je werkzaamheden zich in de directiekamer afspelen, juist ook op momenten dat leerkrachten vrij en aanspreekbaar zijn. Onderschat het belang van informele interactie niet.

– Zorg dat je er bent in de 10 minuten koffietijd voor dat de school begint en schuif geregeld aan tijdens de lunch.
– Ga ook eens met collega’s op het plein staan, participeer in gesprekken over koetjes, kalfjes en onderwijsinhoud.
– Informeer gericht naar opvallende uitspraken of veranderd gedrag. 

2) Maak expertise expliciet

De functiemix maakt expertisegebieden binnen de school zichtbaar. Vergeet echter ook niet dat veel LA-leerkrachten door ervaring en/of scholing flinke bagage hebben waar zij collega’s mee kunnen helpen. Hier gebruik van maken, schept een onderlinge band en scheelt ook gewoon tijd en geld.  Vaak weten leerkrachten van elkaar echter niet of nauwelijks waar ze goed in zijn, onzichtbaar kapitaal. Dus zowel voor de LA- als de LB-leerkrachten geldt: kennis en kunde, maak het expliciet!

– Creëer een map (digitaal of papier) met daarin een korte samenvatting van de expertise en ervaringen van de leerkrachten. Zet deze op een  makkelijk beschikbare plek. Laat het team ook weten wanneer er aanvullingen/wijzigingen zijn.
– Verwijs leerkrachten naar een collega bij vragen op een bepaald probleemgebied. Wees ook niet terughoudend om er, als directeur, zelf gebruik van te maken.
– Geef specialisten de gelegenheid om hun expertise te presenteren, binnen het team maar wellicht ook op andere scholen binnen bestuur of samenwerkingsverband. 

3) Benader het positief

Natuurlijk zeg je niet dat alles goed gaat terwijl je eigenlijk vindt dat er wel wat verbetering nodig is. (Betrap je jezelf daar af en toe wel op, lees dan nog eens de functiemix-tips 2010-09, 3x hard voor de zaak.) Maar waarom alleen aandacht voor  verbeterpunten? Waarom worden er zo weinig schouderklopjes uitgedeeld? Op de school van mijn kinderen werken ze in de klassen met ‘tips en tops’. Naar mijn mening een mooie manier van een positieve benadering. Merk daarbij op dat door deze werkwijze de verantwoordelijkheid voor verbetering ook meteen daar wordt neergelegd  waar hij hoort.: bij de ontvanger.

– Spreek iemand aan op wat je is opgevallen. Als je dan toch aan de koffietafel zit, kun je net zo goed iets positiefs zeggen …..
– Pak een momentje tijdens een teamvergadering. Uitzonderlijke bijdragen aan school of klas hoeven niet onopgemerkt te blijven, deel ze. 

4) Houd begeleiden en beoordelen inzichtelijk gescheiden

Je bent nu eenmaal leidinggevende dus ook de beoordeling van leerkrachten zit in jouw takenpakket. Informeel een gesprek voeren en de betreffende collega daar in een later stadium tijdens de beoordeling mee om de oren slaan, is natuurlijk geen vertrouwenwekkende manier van werken.

– Informeer het team helder over de gesprekkencyclus en de status van de afzonderlijke gesprekken. Bied dit ook aan als naslagwerk.
– Wees je bewust van de rol die je op verschillende momenten hebt en wees hier ook duidelijk over.
– Zorg dat je begeleiding logisch volgt op je beoordeling en andersom. Maak hierover afspraken en houd je daaraan. 

Stralende leerkrachten zorgen voor een glansrijke toekomst van de school. Bovenstaande manieren geven hier handvatten voor. Meteen maar mee beginnen. Het is niet voor niets De Dag van de Leraar!